Hoera, alweer nieuwe spelling!
Je zou het misschien niet zeggen, maar het Groene Boekje dat in oktober verschijnt, is pas de derde echt officiële woordenlijst in Nederland (de eerste en tweede versie dateren van 1954 en 1995). De spelling-Siegenbeek (1804) en vooral de spelling-De Vries en Te Winkel (1863) hebben veel invloed gehad, maar echt officieel waren ze niet. Drie Groene Boekjes in twee eeuwen tijd lijkt weinig, maar bedenk wel dat velen van ons straks voor de derde keer de spelling van sommige onderdelen onder de knie moeten proberen te krijgen. Zo heeft iemand die geboren is in 1983 op de basisschool de ‘oude spelling’ geleerd, op de middelbare school kennisgemaakt met de ‘nieuwe’ spelling, en moet hij of zij nu misschien wel een scriptie schrijven met weer enkele andere regels. Waarom moet het Groene Boekje nu weer herzien worden?
Paardenbloem
De reden voor het uitbrengen van het nieuwe Groene Boekje is simpel: tien jaar geleden is al bepaald dat er in 2005 een geactualiseerde versie zou uitkomen, waarbij nadrukkelijk werd gesteld dat er geen sprake zou zijn van nieuwe regels. De Nederlandse Taalunie, het Nederlands-Vlaams-Surinaamse overheidsorgaan dat verantwoordelijk is voor het uitbrengen van het Groene Boekje, legt er in haar persberichten dan ook sterk de nadruk op dat de regels uit 1995 gehandhaafd worden. Er wordt slechts één tussen-n-regel uit 1995 herzien (de paardebloem-uitzondering - “Schrijf geen tussen-n als het eerste deel [van een samenstelling] een dierennaam is en het tweede een plantkundige aanduiding” - verdwijnt) en voor de rest gaat het om verbeteringen van fouten, verfijningen van te ruim geformuleerde regels in de huidige Leidraad (die voor in het boekje staat), het toevoegen van nieuwe woorden en het schrappen van verouderde woorden, zo wordt iedereen verzekerd. De wijzigingen gaan officieel in op 1 augustus 2006.
Handknie
Gezien de vele fouten in de Woordenlijst en de tekortkomingen van de Leidraad in het Groene Boekje van 1995 is een nieuwe uitgave goed te verdedigen. Vooral als - zoals de Taalunie belooft - nu de gebruikersvriendelijkheid vooropstaat. De voortekenen zijn veelbelovend. De samenstellers van het nieuwe boekje hebben alle kritiek op de oude lijst verzameld, in een databank gezet en beoordeeld. De Leidraad zal veel meer details geven, lange rijen van samenstellingen met hetzelfde eerste lid (zoals de tientallen samenstellingen met geld-) worden geschrapt uit de Woordenlijst en nieuwe ingeburgerde woorden (e-mailen, sms’en) worden toegevoegd. In totaal zal de nieuwe Woordenlijst rond de 96.000 woorden bevatten; dat zijn er 14.000 minder dan in de versie uit 1995. Er zijn wel 500 woorden van Surinaamse herkomst toegevoegd (handknie ‘elleboog’ heeft het vaakst de pers gehaald) en enkele Vlaamse, Arabische en Japanse woorden, zoals onthaalouder, boerka en bunraku.
Meer veranderingen
Wat verder zorgen baart, zijn de geluiden over het aantal gewijzigde woorden: er veranderen tweemaal zo veel woorden als bij het verschijnen van het Groene Boekje in 1995. Dat het volgens de Taalunie hierbij voornamelijk om “veranderingen op woordniveau” gaat, neemt onze zorgen niet weg - áchter deze veranderingen zitten ongetwijfeld (veel?) nieuwe richtlijnen en regels. Het is al bekend dat de regels voor streepjes, aaneen- en los schrijven, hoofdletters en kleine letters straks een stuk fijnmaziger zullen zijn. Hoe fijnmazig worden ze? Zijn ze wel hanteerbaar en toepasbaar? Zijn ze voor taaladviseurs en mensen in het onderwijs gemakkelijk uit te leggen?
We weten het op 15 oktober.
(bron: Onze Taal)