Taaltip: echte afkortingen
Uit Taalpost nummer 460:
Afkortingen worden vaak in drie hoofdsoorten onderscheiden. Zo zijn er initiaalwoorden, afkortingen die letter voor letter worden uitgesproken: ‘ANP’, ’sms’, ‘tv’, ‘VRT’. Letterwoorden spreek je als een gewoon woord uit: ‘Fnac’, ‘NASA’, ‘VARA’. Afkortingen die niet als afkorting worden uitgesproken maar bij het voorlezen meteen ‘terugvertaald’ worden naar hun volle versie, worden ‘echte afkortingen’ genoemd: ‘blz.’, ‘p.’, ‘prof.’, ‘m.a.w.’, ‘t.o.v.’
Echte afkortingen worden met punten geschreven. Doorgaans gebruik je per afgekort woord één punt: ‘d.d.’ (’de dato’), ‘ed.’ (’editie’), ‘e.d.’ (’en dergelijke’), ‘jl.’, (’jongstleden’), ‘mr.’ (’meester’), ‘zgn.’ (’zogenaamd’). Maar er zijn uitzonderingen. Een bekend voorbeeld is ‘a.s.’ voor ‘aanstaande’; andere zijn ‘a.u.b.’ (’alstublieft’), ‘t.o.’ (’tegenover’) en ‘w.o.’ (’waaronder’). Daarin worden extra punten gebruikt om een verkeerde lezing uit te sluiten. Om dezelfde reden wordt het initiaalwoord ‘aso’ (’algemeen secundair onderwijs’) vaak als ‘a.s.o.’ geschreven om verwarring met de verkorting van ‘asociaal’ te voorkomen.