Eindelijk wordt mijn favoriete beginwoord voor zinnen eens behandeld in Taalpost. Ik heb er al heel wat discussies over moeten voeren, maar ik had toch gelijk: het mag!
Een hardnekkige mythe wil dat het woord ‘en’ niet aan het begin van een zin mag staan. Veel mensen hebben dat ooit zo geleerd of zo onthouden, maar waar het precies vandaan komt, is ons niet bekend.
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) schreef in 1917 dat ‘en’ gebruikt kan worden “als inleiding van een zin, die slechts in los verband met den vorigen staat, om de voortzetting van een verhaal uit te drukken.” Veel auteurs konden en kunnen er niet buiten. Zoals de schrijver E.J. Potgieter, die in het verhaal ‘De zusters’ (1844) meer dan honderd zinnen met ‘en’ laat beginnen (http://nieuwsbrief.taalpost.nl/r/tp.plx?1738-620). En dan hebben we het nog niet eens over de Bijbel, waaruit ‘en’ aan het begin van de zin haast niet weg te denken is.
Taalkundig gezien is er geen duidelijke reden om het te vermijden. Dat voegwoorden aan het begin van een zin kunnen staan, wordt onder meer geïllustreerd op Taaladvies.net, de onlineverzameling taaladviezen van de Nederlandse Taalunie: http://taaladvies.net/taal/advies/vraag/257. Het gebruik van ‘en’ aan het begin van de zin is vooral een kwestie van smaak. Een paar zinnen achter elkaar met ‘en’ beginnen is niet erg fraai, maar er is niets op tegen om het ter afwisseling te gebruiken. En ook taaladviseurs zetten ‘en’ weleens aan het begin van een zin.
Geef een reactie