Gisteren vond bij TAPPS in Amsterdam een 212Update plaats over het medium e-mail als marketingtool. Directeur Govert van Eerde begon met de opmerking dat onderzoek had uitgewezen dat gevraagde commerciële e-mail als meest positieve vorm van reclame werd ervaren en dat biedt natuurlijk hoop voor de e-marketeer. Er is een onderscheid tussen een e-mail met nieuws en ‘nuttige’ informatie, een e-mail die aan u wordt verstuurd omdat er een bepaalde relatie is met de afzender of een puur op marketing gerichte mail. Een combinatie van deze factoren is uiteraard ook mogelijk.
Govert Van Eerde liet verder nog wat nuttige manieren zien om het bestaande adressenbestand te verrijken door middel van een vrijblijvende e-mailcampagne die gesponsord wordt door verschillende partners om de drempel zo laag mogelijk te maken voor de geadresseerde om zijn gegevens in te vullen. Op deze manier kunnen, na verwerking van de gegevens, relevante producten worden aangeboden op het juiste moment.
Speciale gast Jetse Sprey van Versteeg Wigman Sprey advocaten gaf aansluitend wat meer uitleg over de juridische kant van de zaak. Hij is tevens bestuurslid van de DDMA en de Stichting Reclame Code, dus de man weet waar hij het over heeft. Kort gezegd komt het erop neer dat verkregen adressen mogen worden gebruikt voor rechtvaardige doeleinden wanneer ze op de juiste manier (dus via opt-in) verkregen zijn. De normen over het toelaatbare zijn helaas nogal vaag, aangezien hierover nog geen jurisprudentie gevormd is. Toch moet de klant altijd weten waar hij aantoe is. Dit wil zeggen dat de afzender, het doel van de e-mail en een opt-out mogelijkheid altijd duidelijk zichtbaar moeten zijn.
Kortom, een leerzame middag!
Geef een reactie