Een toepasselijke taaltip vandaag uit Taalpost:
Een letter van chocolade kunnen we zowel een chocoladeletter als een chocoladen letter noemen. Bij chocoladeletter gaat het om een samenstelling van de zelfstandig naamwoorden chocolade en letter. Samenstellingen schrijven we aaneen en het eerste woorddeel krijgt de klemtoon: chocoládeletter. (Hoewel we naast chocolade ook de variant chocola kennen, gebruiken we in samenstellingen de vorm die op -de eindigt.)
In de combinatie chocoladen letter ligt de klemtoon meer op letter dan op chocoladen. Chocoladen, ‘van chocolade gemaakt’, is een zogenoemd stoffelijk bijvoeglijk naamwoord: een bijvoeglijk naamwoord dat met het achtervoegsel -(e)n is afgeleid van een stofnaam. Bekende voorbeelden van dit soort bijvoeglijke naamwoorden zijn betonnen en houten. Er zijn in het Nederlands vrij weinig ‘eetbare’ stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden, maar chocoladen is er een van (net als marsepeinen en taaitaaien).
Overigens is chocoladeletter veel gebruikelijker dan chocoladen letter.
Geef een reactie