Auteur: David

  • Iemand nog wat zwatzand nodig?

    Iemand nog wat zwatzand nodig?

    Gratis op tehallen ook nog, gewoon een kat vol!

    (Ik weet het… normaal gesproken probeer ik niet de draak te steken met mensen die veel spelfouten maken online, maar deze vond ik gewoon te grappig.)

  • Oké, maar wat maken die gepassioneerde mensen dan?

    Oké, maar wat maken die gepassioneerde mensen dan?

    Ik heb veel respect voor Niverplast uit Nijverdal, een bedrijf dat in korte tijd heel hard is gegroeid. Mede dankzij een managementstijl van loslaten en medewerkers verantwoordelijkheid durven geven.

    Daardoor snap ik waar de pay-off ‘Passionate people’ vandaan komt. Maar ik zou hem zelf niet adviseren aan een klant.

    Omdat er nu helemaal niets verteld wordt over wat Niverplast doet en waarom ik hier moet zijn. Wel over wie Niverplast is: een bedrijf met gepassioneerde mensen.

    Maar wat maken die mensen dan? Dus: welke doelgroep wil je selecteren/targeten met je bedrijfsnaam en pay-off?

    Het bedrijf maakt verpakkingsmachines en verpakkingslijnen, onder andere voor grootindustriële bakkerijen. Tuurlijk kun je daar passie voor hebben. Maar als je niet zegt wat je doet, kunnen potentiële klanten ook niet voor je kiezen.

    Tenzij je zo groot bent in de markt dat iedereen je al kent. Dan zit je op het niveau van ‘Just do it’.

  • Onzin in persberichten: doe er niet aan mee!

    Aangezien ik al meer dan 10 jaar voor Marketingfacts.nl schrijf, sta ik in heel wat perslijsten. Elke dag krijg ik persberichten binnen over allerlei onderwerpen. Beroepsmatig natuurlijk heel interessant, want zo kan ik zien welk bedrijf voor welke aanpak kiest. Maar soms (of eigenlijk: te vaak) zie ik onzin voorbijkomen in persberichten. Daar kan ik dus écht niet tegen. Ik geef enkele voorbeelden.

    Zorg dat je cijfers goed interpreteert

    Al die onderzoekscijfers ook altijd… Ik geef toe dat ik Statistiek ook niet het leukste vak vond, maar ik vind het wel belangrijk om dingen te beweren die kloppen. Dat geldt blijkbaar niet voor alle PR-bureaus.

    Dit was de intro van een persbericht met als titel ‘Bijna helft websites kampt met gebroken interne links’:

    Uit een kwalitatief onderzoek van online marketing platform [XXX] onder 150.000 willekeurige websites wereldwijd blijkt dat 42,5% te kampen heeft met gebroken interne links. Dit houdt in dat als mensen die zich op een website begeven op een link klikken, er in 42,5% van de gevallen niks gebeurt.

    Eh, nee. Dat betekent het niet.

    Het betekent dat er op 63.750 willekeurige websites van de 150.000 uit dit onderzoek ergens een interne link staat die niet doet wat hij zou moeten doen. Dat is echt heel wat anders dan dat er ‘niks gebeurt als mensen op een willekeurige link klikken’, zoals de tekst nu doet voorkomen.

    Of het nu een kwestie van ‘onbewust onbekwaam’ (onwetendheid) is of van ‘bewust onbekwaam’ (angst zaaien), het klopt niet. Dus het zou niet in een persbericht moeten staan.

    Overdrijf niet als de cijfers niet opzienbarend zijn

    Dan een persbericht over ‘een onderzoek onder 1.080 werkende Nederlanders naar secundaire arbeidsvoorwaarden’. Daarin staat het volgende:

    Maar liefst 55 procent van de Nederlandse werknemers werkt liever niet bij een bedrijf met flexplekken. Opvallend is dat 56 procent van de jonge werknemers (tot dertig jaar) liever niet werkt bij een bedrijf met flexplekken. Onder jonge mannen bedraagt dit zelfs 59 procent.

    Het begint al met ‘maar liefst’. Alsof het schokkend is dat de onderzoeksdoelgroep, waarbij als het goed is ook automonteurs, CNC-frezers en andere niet-kantoorbanen zijn meegenomen, niet altijd wil flexwerken.

    Maar het mooiste komt nog. Het gemiddelde is dus 55 procent voor dit antwoord. Dan volgt de zin die begint met ‘Opvallend’. Maar zo opvallend is het dan toch niet dat 56 procent onder de dertig liever niet bij een bedrijf met flexplekken werkt? En die 59 procent onder jonge mannen ook niet. Dat lijken me toch percentages die je mag verwachten met een bepaalde bandbreedte. Kijk, als de cijfers voor jongeren nu écht afwijkend waren, dan was het opvallend. Maar overdrijf niet zo als de cijfers iets anders zeggen.

    Communiceer nieuws, geen reclame

    Deze discussie zal ik waarschijnlijk altijd houden met mijn klanten… Ik vind dat persberichten een nieuwsfeit zouden moeten bevatten. Zonder overdrijvingen en reclametaal. De dagelijkse werkelijkheid in mijn inbox ziet er anders uit. Maar door het reclamesausje maak je het voor een redactie juist minder interessant om het bericht te plaatsen.

    Ach ja, een beetje discussie hoort erbij!

  • Is die ‘Plus’ nodig of niet?

    Is die ‘Plus’ nodig of niet?

    Ik vind de gedachte heel mooi achter een bedrijfsnaam als deze, maar als je er dieper over na gaat denken, is die ‘Plus’ eigenlijk overbodig. Niemand levert namelijk een ZwembadMin. Of tenminste niet opzettelijk, lijkt me.

    Uiteraard staat de ‘Plus’ voor meer service, betere kwaliteit en nog veel meer moois. Maar dat zijn dingen die je de klant moet laten ervaren in plaats van dat je het zegt. Of in je bedrijfsnaam opneemt.

  • Ja, deze slogan kon niet missen natuurlijk

    Ja, deze slogan kon niet missen natuurlijk

    Aangezien vrijwel iedereen Lord of the Rings wel gezien/gelezen heeft, snappen de gasten van het restaurant ook vast wel waar het over gaat:

  • Kate Toon heeft gelijk

    Kate Toon heeft gelijk

    Dit is wat ik mijn klanten ook altijd vertel:

    Dus toen ik deze slide voorbij zag komen bij Kate Toon tijdens YoastCon 2019, was ik blij dat zij er ook zo over denkt.

    Je kunt als website-eigenaar niet achterover leunen nadat je wat goede tekst op je pagina’s hebt gezet. Zonder een goede technische opbouw, snelle website, logische sitestructuur en externe/interne links ga je echt niet zomaar ranken in Google. Het is een samenspel. Daarom zeg ik dat dus altijd. 🙂

  • Yoast-bolletjes: ja, ik wil ze ook op groen

    Yoast-bolletjes: ja, ik wil ze ook op groen

    Yoast-bolletjes

    Afgelopen donderdag en vrijdag ben ik naar YoastCon geweest. En ja, uiteraard ging het daar over de ‘Yoast-bolletjes’…

    Veel van de bezoekers willen graag de bolletjes op groen hebben. Net als ik. Maar het is ook wel belangrijk om je te beseffen dat je best kunt ranken in Google met een oranje en misschien zelfs wel met een rood bolletje. Aan de andere kant bieden groene bolletjes je totaal geen garantie op een goede ranking. Het blijft dus wel een kwestie van je gezond verstand gebruiken.

    Van mijn referentielijst naar 9 miljoen websites

    Toen mijn maatje Joost de Valk begon met zijn bedrijf, kon hij nog wel wat copyhulp gebruiken. Dus vroeg hij mij. Daarom staat Yoast in 2011 en 2012 op referentielijst.

    Inmiddels draaien de plugins van Yoast op zo’n 9 miljoen websites. O ja, Joost is ook nog CMO van WordPress, een CMS dat draait op een derde van het hele web. Indrukwekkend!

    P.S. Ja, inmiddels heeft Yoast ook meer dan genoeg contentspecialisten in huis, dus hebben ze mij niet meer nodig. Ze kunnen nu zelf de Yoast-bolletjes wel op groen krijgen… 😉