Categorie: Copywriting

Copy, tekst en andere zaken met letters

  • Groene Boekje 2005: 1 aprilgrap

    Wat is juist: 1 aprilgrap of 1-aprilgrap?

    Volgens het nieuwe Groene Boekje is 1 aprilgrap juist. Tot nu toe schreven we bij voorkeur 1-aprilgrap. De nieuwe regel gaat ervan uit dat 1 april een vaste combinatie is, waarin geen streepje verschijnt. Als we na dit soort vaste woordgroepen (een getal in cijfers en een zelfstandig naamwoord) nog een woord plakken, blijft de spatie tussen de eerste delen bewaard.

    Andere voorbeelden:

    1 meifeest (maar: eenmeifeest)
    11 juliviering (maar: elfjuliviering)
    24 uursdienst (maar: vierentwintiguursdienst)
    24 uurseconomie (maar: vierentwintiguurseconomie)
    24 uursservice (maar: vierentwintiguursservice)
    3 oktoberfeesten (maar: drieoktoberfeesten)
    5 meiviering (maar: vijfmeiviering)
    50 eurobiljet (maar: vijftigeurobiljet)
    8 uurjournaal (maar: achtuurjournaal)

    (bron: Onze Taal)

  • Hardcopy weblog raakt ingeburgerd

    Van verschillende kanten komen er nieuwe bezoekers om Hardcopy weblog te checken. Dit is bijvoorbeeld te danken aan Erik Dams, die op zijn uitstekende weblog een link naar hier plaatste en aan Marketingforum.nl, waar eveneens melding werd gemaakt van mijn blog. Zelf doe ik er natuurlijk ook wel wat aan (o.a. via BNN), maar die onverwachte verwijzingen doen me toch goed.

    Dus bij deze: bedankt voor de lovende en inpirerende woorden!

  • Reclamewerkingsmodellen (6/7): Relationship

    Volgens de theorie van Giep Franzen zijn alle soorten (televisie)reclames onder te verdelen in zeven modellen. Deze modellen zijn de volgende: sales response, persuasion, symbolism, emotions, likeability, relationship en awareness/saliency. Alle reclames zijn onder te verdelen in deze zeven modellen en soms is meer dan een model van toepassing. Bij ieder model kan een kerneffect, psychische merkrespons, reclamekenmerken en evaluatiekenmerken worden weergegeven.

    Het zesde model: het Relationship-model
    Kerneffect en psychische effecten zijn hier hetzelfde: het ontwikkelen en versterken van de relatie tussen ontvanger en merk. Daarnaast het stimuleren van een gevoel en emotionele nabijheid en betrokkenheid bij het merk. Het gaat om contact, onderlinge aanraking, ontmoeting van geest en gezamenlijkheid, men moet over het product gaan nadenken. Reclames bevatten een intelligente en meer onderhoudende vorm van communicatie. Er wordt een beroep gedaan op activering van bestaande geheugeninhouden. Evaluatiecriteria zijn de mate waarin de reclame-uiting belangrijk of interessant geacht wordt, vanwege de connectie met belangen, waarden of interesses van de ontvanger. En herinnering van de reclame-uiting zelf is ook belangrijk .

  • Het is maar hoe je het noemt…

    Narrowcasting is een woord dat u nog vaak zult horen de komende jaren. Het gaat hier om het op beeldschermen vertonen van relevante informatie of reclame op een relevante plek, namelijk het point-of-sale. Maar de term narrowcasting blijkt nog niet zo ingeburgerd te zijn. Er zijn namelijk nogal wat synoniemen voor te vinden op internet:

  • instore-tv
  • electronic display networks
  • shop tv
  • retail media networks
  • retail tv
  • electronic billboards
  • digital instore merchandising
  • out-of-home media networks
  • dynamic instore media
  • datacasting
  • place-based media
  • captive audience networks
  • intelligent visual information systems
  • digital signage
  • Voor elke variant is iets te zeggen, want uiteindelijk hebben ze het allemaal over hetzelfde…
    Mocht u trouwens meer willen weten over narrowcasting, neem dan eens contact op met Pixx.

  • Reclamewerkingsmodellen (5/7): Likeability

    Volgens de theorie van Giep Franzen zijn alle soorten (televisie)reclames onder te verdelen in zeven modellen. Deze modellen zijn de volgende: sales response, persuasion, symbolism, emotions, likeability, relationship en awareness/saliency. Alle reclames zijn onder te verdelen in deze zeven modellen en soms is meer dan een model van toepassing. Bij ieder model kan een kerneffect, psychische merkrespons, reclamekenmerken en evaluatiekenmerken worden weergegeven.

    Het vijfde model: het Likeability-model
    Hierbij wordt gestreefd naar de ontwikkeling en versterking van een positieve merkattitude als langetermijneffect. Psychisch ligt de nadruk op de uitvoeringskenmerken van de reclame. Er wordt geprobeerd sympathie voor het merk te ontwikkelen. Dit als rechtstreeks effect van evaluaties van en waardering voor de reclame-eigenschappen. Reclamekenmerken van dit model bestaan primair uit entertainment, het gaat om de beleving van reclame als reclame. Er moet ook een plausibele relatie blijven bestaan met het geadverteerde product of merk. Evaluatiecriterium is de waardering voor de reclame door de ontvanger, die op lange termijn leidt tot of bijdraagt aan een positieve merkattitude.

  • Hoera, alweer nieuwe spelling!

    Je zou het misschien niet zeggen, maar het Groene Boekje dat in oktober verschijnt, is pas de derde echt officiële woordenlijst in Nederland (de eerste en tweede versie dateren van 1954 en 1995). De spelling-Siegenbeek (1804) en vooral de spelling-De Vries en Te Winkel (1863) hebben veel invloed gehad, maar echt officieel waren ze niet. Drie Groene Boekjes in twee eeuwen tijd lijkt weinig, maar bedenk wel dat velen van ons straks voor de derde keer de spelling van sommige onderdelen onder de knie moeten proberen te krijgen. Zo heeft iemand die geboren is in 1983 op de basisschool de ‘oude spelling’ geleerd, op de middelbare school kennisgemaakt met de ‘nieuwe’ spelling, en moet hij of zij nu misschien wel een scriptie schrijven met weer enkele andere regels. Waarom moet het Groene Boekje nu weer herzien worden?

    Paardenbloem
    Het Groene Boekje 2005De reden voor het uitbrengen van het nieuwe Groene Boekje is simpel: tien jaar geleden is al bepaald dat er in 2005 een geactualiseerde versie zou uitkomen, waarbij nadrukkelijk werd gesteld dat er geen sprake zou zijn van nieuwe regels. De Nederlandse Taalunie, het Nederlands-Vlaams-Surinaamse overheidsorgaan dat verantwoordelijk is voor het uitbrengen van het Groene Boekje, legt er in haar persberichten dan ook sterk de nadruk op dat de regels uit 1995 gehandhaafd worden. Er wordt slechts één tussen-n-regel uit 1995 herzien (de paardebloem-uitzondering – “Schrijf geen tussen-n als het eerste deel [van een samenstelling] een dierennaam is en het tweede een plantkundige aanduiding” – verdwijnt) en voor de rest gaat het om verbeteringen van fouten, verfijningen van te ruim geformuleerde regels in de huidige Leidraad (die voor in het boekje staat), het toevoegen van nieuwe woorden en het schrappen van verouderde woorden, zo wordt iedereen verzekerd. De wijzigingen gaan officieel in op 1 augustus 2006.

    Handknie
    Gezien de vele fouten in de Woordenlijst en de tekortkomingen van de Leidraad in het Groene Boekje van 1995 is een nieuwe uitgave goed te verdedigen. Vooral als – zoals de Taalunie belooft – nu de gebruikersvriendelijkheid vooropstaat. De voortekenen zijn veelbelovend. De samenstellers van het nieuwe boekje hebben alle kritiek op de oude lijst verzameld, in een databank gezet en beoordeeld. De Leidraad zal veel meer details geven, lange rijen van samenstellingen met hetzelfde eerste lid (zoals de tientallen samenstellingen met geld-) worden geschrapt uit de Woordenlijst en nieuwe ingeburgerde woorden (e-mailen, sms’en) worden toegevoegd. In totaal zal de nieuwe Woordenlijst rond de 96.000 woorden bevatten; dat zijn er 14.000 minder dan in de versie uit 1995. Er zijn wel 500 woorden van Surinaamse herkomst toegevoegd (handknie ‘elleboog’ heeft het vaakst de pers gehaald) en enkele Vlaamse, Arabische en Japanse woorden, zoals onthaalouder, boerka en bunraku.

    Meer veranderingen
    Wat verder zorgen baart, zijn de geluiden over het aantal gewijzigde woorden: er veranderen tweemaal zo veel woorden als bij het verschijnen van het Groene Boekje in 1995. Dat het volgens de Taalunie hierbij voornamelijk om “veranderingen op woordniveau” gaat, neemt onze zorgen niet weg – áchter deze veranderingen zitten ongetwijfeld (veel?) nieuwe richtlijnen en regels. Het is al bekend dat de regels voor streepjes, aaneen- en los schrijven, hoofdletters en kleine letters straks een stuk fijnmaziger zullen zijn. Hoe fijnmazig worden ze? Zijn ze wel hanteerbaar en toepasbaar? Zijn ze voor taaladviseurs en mensen in het onderwijs gemakkelijk uit te leggen?

    We weten het op 15 oktober.

    (bron: Onze Taal)

  • Sterren in reclame

    Iedere min-of-meer-bekende-Nederlander maakt tegenwoordig zijn opwachting in een tv-commercial. Waarschijnlijk denken marketeers en reclamebureaus dat het aantrekken van een BN-er gelijkstaat aan acute omzetverhoging. Maar zo makkelijk is het niet. Fred Bronner, hoogleraar media- en reclameonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam, heeft onderzocht welke zes eigenschappen een ster moet hebben om succesvol ingezet te worden voor reclamedoeleinden:

    1 Bekendheid
    2 Deskundigheid
    3 Objectiviteit
    4 Aantrekkelijkheid (fysiek en/of qua persoonlijkheid)
    5 Identificatiemogelijkheid doelgroep
    6 Autoriteit

    Ik vraag me af of alle BN-ers die op dit moment worden ingezet in commercials aan al deze eisen voldoen. Met name op het gebied van deskundigheid kon dit nog wel eens lastig worden…

  • Reclamewerkingsmodellen (4/7): Emotions

    Volgens de theorie van Giep Franzen zijn alle soorten (televisie)reclames onder te verdelen in zeven modellen. Deze modellen zijn de volgende: sales response, persuasion, symbolism, emotions, likeability, relationship en awareness/saliency. Alle reclames zijn onder te verdelen in deze zeven modellen en soms is meer dan een model van toepassing. Bij ieder model kan een kerneffect, psychische merkrespons, reclamekenmerken en evaluatiekenmerken worden weergegeven.

    Het vierde model: het Emotions-model
    Hierin wordt gestreefd naar het ontwikkelen van associaties tussen het merk en specifieke gevoelens. Op lange termijn wordt psychische merkrepons verwacht, wat weer kan leiden tot merk-involvement. Dit is echter een positief neveneffect en geen primaire doelstelling. Psychisch streeft men naar het activeren van gedefinieerde merkgevoelens tijdens de verwerking. Het merk representeert gevoelens en roept associaties op met betrekking tot de gebruikerssituatie, ook volgens klassieke conditionering. Reclamekenmerken worden volgens het principe van klassieke conditionering bepaald. Beelden en geluiden zullen potentieel bedoelde emoties eenduidig proberen te activeren bij de ontvanger. Hiervoor worden vaak “slice-of-life”-scenario´s gebruikt. Evaluatiecriteria zijn de emotionele repons en merkregistratie tijdens de reclameblootstelling.

  • Reclamegoeroes: Giep Franzen

    Reclamegoeroe Giep FranzenAl tijdens mijn eerste week van de opleiding Communicatie aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven werd de naam Giep Franzen met eerbied genoemd. De vier jaar die daarop volgden waren eveneens doorspekt met de theorieën van de beste man. Achteraf gezien meer dan terecht, want zijn boeken zetten op een heldere manier een aantal goede ideeën uiteen. Maar op het moment zelf had ik niet zoveel behoefte aan de naam Giep Franzen…

    Giep Franzen is bijzonder hoogleraar emeritus in de Commerciële Communicatie vanwege het Genootschap voor Reclame aan de Universiteit van Amsterdam, vakgroep Communicatiewetenschap.

    In 1962 richtte hij samen met twee medevennoten het reclamebureau Franzen, Hey & Veltman op, dat in 1970 fuseerde tot het bureau FHV/BBDO. Tot 1990 was hij bestuursvoorzitter van BBDO Nederland.

    Giep Franzen heeft veel over merken en reclame gepubliceerd waaronder zijn onlangs verschenen boek: Strategisch Management van Merken (uitgegeven door Kluwer in Deventer).

  • Reclamewerkingsmodellen (3/7): Symbolism

    Volgens de theorie van Giep Franzen zijn alle soorten (televisie)reclames onder te verdelen in zeven modellen. Deze modellen zijn de volgende: sales response, persuasion, symbolism, emotions, likeability, relationship en awareness/saliency. Alle reclames zijn onder te verdelen in deze zeven modellen en soms is meer dan een model van toepassing. Bij ieder model kan een kerneffect, psychische merkrespons, reclamekenmerken en evaluatiekenmerken worden weergegeven.

    Het derde model: het Symbolism-model
    Bij dit model staat het ontwikkelen van symbolische betekenissen van het merk centraal. Een functie van het merk is het bij elkaar houden van de gebruikersgroep. De gebruikers herkennen elkaar door en identificeren zich met het merk. Psychisch probeert men ´mensbetekenissen´ te representeren en deze via associatietransfer aan het merk te koppelen. De betekenisgeving verloopt via het principe van klassieke conditionering. Reclames bij dit model bevatten weinig of geen productinformatie en argumenteren niet, maar fungeren als belichaming van de merkbetekenissen. Men presenteert lifestyle-concepten en bijna uitsluitend visuele en auditieve stimuli. De belangrijkste evaluatiecriteria zijn de vraag of de beoogde betekenissen worden geactiveerd en de ontwikkeling van symbolische associaties met het merk over de jaren.