
Zoals ik in de vorige blogpost over verwachtingen overtreffen al aangaf, is het voor veel ondernemers erg moeilijk om precies te schrijven wat ze bedoelen. Het gevaar daarbij is dat ze iets zeggen dat verkeerd kan worden opgevat. Zoals bij dit voorbeeld.
Via-via kwam ik terecht bij een artikel van Sabine Rouwhorst over klantenbinding. Ik ken haar niet, dus dit is geen persoonlijke aanval. Ik kreeg door haar artikel echter direct bloginspiratie. De intentie van het artikel is namelijk helemaal goed: klanten aan je binden door kwaliteit en service. Maar door het woordgebruik komt het niet precies over zoals het de bedoeling was.
Afschrikwekkende afbeelding
De afbeelding bij het artikel is gekoppeld aan de kopregel ‘Over klantenbinding: hoe je zorgt dat de achterdeur op slot blijft’. Stel je nu eens voor dat je een financieel adviesbureau binnenloopt en zodra je vraagt naar de mogelijkheden voor een nieuwe hypotheek doet de adviseur een groot slot op de deur, zodat je niet meer naar buiten kunt. Ik hoef niet uit te leggen wat er afschrikwekkend is aan de afbeelding en het woordgebruik, toch?
In de rest van het artikel komt het slot niet terug. Daar wordt wél positief gesproken over klantenbinding (oké, met een slot kun je klanten ook binden) en de manieren waarop je dit kunt doen. Door de negatieve associatie is de sfeer van het artikel echter al in het negatieve getrokken.
Weg slot, gooi open die deuren!
Je kunt met positieve woorden precies hetzelfde vertellen als Sabine heeft geprobeerd met de negatieve woorden. Bijvoorbeeld door iets als dit te zeggen:
Zet de achterdeur van je bedrijf maar wagenwijd open, zodat je klanten altijd de mogelijkheid hebben om weg te gaan. Jouw doel als ondernemer is ervoor zorgen dat je klanten niet eens weg zouden WILLEN.
En dat doe je weer door precies de dingen te doen die omschreven worden in het artikel: topkwaliteit bieden, persoonlijke aandacht voor je klanten en goede communicatie. Kleine nuance, groot verschil!
Spaart er iemand copyzegels?
Er is nog een woord waar ik het over wil hebben: loyaliteitsprogramma. Dit doet denken aan de zegelspaarkaarten in de supermarkt voor handdoeken en servies. Van die associatie kom je niet snel af, dus kun je beter praten over loyaliteit dan over een loyaliteitsprogramma. In mijn geval zal er immers niemand klant bij mij blijven om de copyzegels die ze bij besteding van elke € 100,- krijgen. Maar ze blijven wel klant door mijn loyaliteit. Bijvoorbeeld doordat ik flexibel omga met een spoedopdracht of zo nu en dan een kleine opdracht niet factureer als dank voor hun trouwe klandizie. Dat is loyaliteit zonder loyaliteitsprogramma.
Conclusie:
De bedoeling kan nog zo goed zijn, als je woorden gebruikt met een ongewenste associatie dan kunnen er misverstanden ontstaan. Laat iemand anders je tekst lezen om dit te voorkomen of leg je tekst even weg en beoordeel hem de volgende dag. Na verloop van tijd gebruik je vanzelf de juiste woorden!
Geef een reactie