Categorie: Copytips

  • Hoe schrijf je een blog?

    Je wilt een blog schrijven voor je eigen site of voor je werkgever. Goed bezig! Maar hoe begin je? En hoe bouw je een blog op? Deze 10 stappen helpen je een ijzersterke blogpost te schrijven. Als je tenminste een goed onderwerp kiest voor de juiste lezers…

    1.     Denk aan je doelgroep

    Voor wie blog je eigenlijk? Zijn dat ondernemers of consumenten? Wat is hun achtergrond? Sluit qua stijl en referentiekader aan bij je doelgroep. Vermijd jargon of licht moeilijke termen toe. Dat leest veel prettiger.

    2.     Bepaal wat je doel is met het blog

    Wat is de belangrijkste boodschap die je doelgroep moet onthouden na het lezen van je blog? Geef je je mening over een onderwerp, bied je advies of praktische tips? Alleen informeren is eigenlijk te weinig voor een blog. Zet de lezer aan het denken of aan tot actie.

    3.     Bedenk een goede titel

    Maak je titel niet langer dan 10 woorden. Zorg dat je belangrijkste sleutelwoorden voor de lezer en voor Google terugkomen in de titel. Worstel je met de titel? Schrijf dan eerst je bericht en daarna de titel.

    4.     Schrijf een korte intro

    Hier win je de aandacht van je lezers. Schrijf ongeveer 2 tot 4 zinnen met een inleiding over het onderwerp. Waarom schrijf je hierover? Is het actueel, populair of verdient het nadere uitleg? Sluit je introductie af met wat je te bieden hebt in dit artikel. Waarom zou de lezer verder moeten lezen?

    5.     Maak hapklare brokken

    Je moet het zo makkelijk mogelijk maken voor je doelgroep, anders haken mensen af. Schrijf maximaal 200 woorden per alinea. Gebruik tussenkoppen van 2 tot 10 woorden.

    6.     Houd je zinnen kort

    Gebruik bijvoorbeeld een stelregel om je zinnen kort genoeg te houden. ‘Niet meer dan 10% van je blog mag bestaan uit zinnen die langer zijn dan 15 woorden.’ <- Deze zin is al 17 woorden. Vervang komma’s door punten en begin nieuwe zinnen voor betere leesbaarheid.

    7.     Schrijf actieve zinnen

    Dus niet met allerlei hulpwerkwoorden en moeilijke constructies. Vermijd de lijdende vorm. Daardoor leest het echt veel lekkerder.

    8.     Gebruik links in je blog

    Verwijs naar externe pagina’s voor je bronnen, zodat de lezer hier zelf kan neuzen bij interesse. Neem daarnaast verwijzingen op naar andere pagina’s of blogs op je eigen site. Je hebt wel meer geschreven over gerelateerde zaken, toch?

    9.     Sluit je blog af

    Herhaal je doel nog eens. Welke handeling zou de lezer nu moeten verrichten? Roep de lezer op tot actie, verwijs naar meer informatie of je contactgegevens.

    10.           Klaar voor publicatie

    Zet je tekst klaar in je cms en controleer of alles goed staat. Is er nog een afbeelding bij nodig? Zo ja, zorg dan dat je die regelt (rechtenvrij of betaalde stockfotografie).

    Dus: hoe schrijf je een blog? Nou, zo dus!
    Succes!

  • Schrijven in de u-vorm of je-vorm?

    Zodra je gaat nadenken over een ‘tone of voice’ die past bij je bedrijf of organisatie, komt vanzelf de vraag op tafel: u-vorm of je-vorm? Een klassieker op het gebied van copywriting en doelgroepbenadering. In dit blog deel ik wat tips om de juiste keuze te maken.

    Wanneer de u-vorm?

    Eigenlijk is de u-vorm over het algemeen de standaard voor copywriting. Zeker als het gaat om de zakelijke markt, dan is vrijwel alles ‘u’. Logisch ook, want bijna niemand voelt zich beledigd als je ‘u’ zegt, terwijl dat met ‘je’ wel degelijk het geval kan zijn. De u-vorm is veilig.

    Zie het als een eerste kennismaking: een potentiële klant komt op je website. Dan is het wel zo netjes om te beginnen in de u-vorm. Of je later in het proces overstapt op de je-vorm, moet je zelf weten. Hierover later meer.

    Wanneer de je-vorm?

    De je-vorm gebruik je wanneer hij past. Bijvoorbeeld in deze situaties:

    • Je doelgroep bestaat uit jongeren of kinderen
    • Als bedrijf of organisatie heb je gekozen voor een imago waarbij de je-vorm logisch is

    Als je communiceert in de je-vorm, dan kies je voor een toon die jong en direct is. Dit is een heel bewuste keuze, waarmee je de doelgroep aanspreekt die bij je past.

    Kan het ook allebei?

    In eerste instantie denk je misschien dat het altijd óf de u-vorm óf de je-vorm moet zijn. In de praktijk blijkt echter dat het prima naast elkaar kan. En dan bedoel ik op een minder verwarrende manier dan Google in de afbeelding hierboven doet…

    Veel bedrijven en organisaties kiezen ervoor om op hun website in de u-vorm te communiceren, maar op social media in de je-vorm, omdat dit laagdrempeliger is. Dat heeft vaak als consequentie dat ook de blogs op de site in de je-vorm worden geschreven. Deze zijn immers voornamelijk bedoeld om te delen via social media. De toon is op deze manier consistent.

    Je kunt er ook voor kiezen om de kennismakingfase in de u-vorm te communiceren en later over te stappen op de je-vorm. Bijvoorbeeld als het gaat om de content achter een login, waar het ‘ons kent ons’ is. Zo gaat het in echte gesprekken ook vaak: je begint met ‘u’ uit respect, maar al snel tutoyeer je elkaar. Aan de telefoon, in e-mails en dus ook in andere content.

    Voor dit onderwerp geldt: er is geen goed of fout, er zijn alleen keuzes die je maakt.

    Proef hoe die keuzes in de praktijk uitpakken en wees niet bang om bij te sturen waar nodig.

  • Eigenlijk is Google’s E-A-T heel logisch

    Je hebt de afkorting E-A-T de afgelopen jaren vast al heel vaak gehoord als je met SEO bezig bent. Het staat voor Expertise, Authoritativeness en Trustworthiness. In de Google Search Quality Evaluator Guidelines legt de zoekreus uit waarom het belangrijk is dat je op je site laat zien dat je een expert en autoriteit bent die te vertrouwen is. Volkomen logisch, toch?

    Toon persoonlijke expertise

    Als merk is het belangrijk dat je een expert bent in je vakgebied of binnen je productgroep. Daar is branding voor. Maar Google kijkt voor de kwaliteit van je content verder dan dat. Het gaat er ook om of de persoon die de tekst op een bepaalde pagina geschreven heeft ook echt een expert is. Dus op persoonlijk niveau.

    Dus: zet de naam en eventueel de foto en biografie van de schrijver op de pagina. Of geef aan welke expert je content heeft gecheckt. Je bent volgens Google een expert als je goede content kunt schrijven die past bij de informatiebehoefte van je doelgroep. Oftewel: de zoekintentie. En ja, als expert kun je flink de diepte in gaan. Inclusief vaktermen en complexe details. Normaal gesproken zou je zeggen: ‘houd het simpel’, maar je laat pas echt je expertise zien als je de inhoud in duikt.

    Op een corporate website is de pagina ‘Over ons’, waar je uitgebreid het team voorstelt, hiermee nog belangrijker geworden. Google vraagt zich af wie deze mensen zijn en over welke onderwerpen ze expertise hebben.

    Heb je genoeg autoriteit?

    Goede aanbevelingen zijn in de offline wereld nog steeds goud waard en dat geldt online net zo goed. Daarom zijn kwalitatieve backlinks en positieve reviews dé manier om te bewijzen dat je voldoende autoriteit hebt om iets zinnigs te kunnen vertellen.

    Ben je als bedrijf ook in het bezit van keurmerken of heb je prijzen gewonnen? Vertel dit dan op je website (liefst op je belangrijkste contentpagina’s), want hiermee win je alleen maar aan autoriteit.

    Betrouwbaarheid staat voorop

    Google is wel klaar met slechte content en fake news. Daarom is het belangrijk dat je feitelijke content schrijft en liefst ook met links naar je bronnen. Maar betrouwbaarheid betekent ook dat je een veilige website hebt (SSL-certificaat), dat je adres en contactgegevens makkelijk te vinden zijn en dat uit externe bronnen (reviews en klantcases) blijkt dat je écht te vertrouwen bent.

    Bedankt, Google! Hiermee wordt internet weer een stukje beter.

  • Wat is nou écht belangrijk om werk te houden als copywriter?

    Voor jezelf beginnen is misschien een grote stap, maar het is tegelijkertijd ook nog maar het begin. Je zit nog vol energie en ideeën, je benadert allerlei potentiële klanten… een mooie tijd! Maar hoe zorg je ervoor dat je ook jaren later nog werk hebt als freelancer?

    Bouw een netwerk op

    Dit advies is makkelijker gezegd dan gedaan, maar ik kan uit eigen ervaring zeggen dat dit werkt. Alle opdrachten die ik doe, komen via mijn netwerk binnen. De tijd dat potentiële klanten maar wat gaan Googlen om een passende freelance copywriter te vinden, is in mijn beleving echt wel voorbij. Tenminste, voor het soort klanten waar ik graag voor werk.

    Toen ik 20 jaar geleden begon als freelancer heb ik vooral reclame- en internetbureaus benaderd om mezelf te introduceren en te vragen of ik op basis van ‘no cure no pay’ een proefopdracht mocht doen voor ze. Voor een paar van die bureaus werk ik nu nog steeds. Zo simpel kan het dus zijn.

    Verder onderhoud ik op een laagdrempelige manier contact met veel mensen uit mijn netwerk, bijvoorbeeld via social media. Ze hoeven alleen maar af en toe eraan herinnerd te worden dat je er bent, dan komt het werk vanzelf naar je toe als ze eraan toe zijn. Als ze me nodig hebben, ben ik er.

    Inmiddels heb ik zulke trouwe klanten dat ze hun planning graag aanpassen aan mijn agenda wanneer ik niet met spoed voor ze aan de slag kan. De loyaliteit komt dus van twee kanten.

    Blijf kwaliteit leveren

    Je netwerk is belangrijk, maar continu kwaliteit leveren is nog belangrijker, want je bent zo goed als je laatste tekst. Dat is de reden dat ik altijd een proeftekst schrijf voor nieuwe klanten. Omdat ik wil dat ze niet alleen overtuigd zijn van de aanbeveling dat ze mij moeten hebben voor de klus, maar dat ik het ook daadwerkelijk bewijs door hoogwaardige kwaliteit te leveren.

    Zo houd ik mezelf ook scherp, want ik krijg geen kans om op mijn lauweren te rusten als ik elke keer weer opnieuw aan de bak moet.

    Ik denk dat dit de twee belangrijkste redenen zijn waarom ik nu ruim 20 jaar als freelance copywriter een mooi netwerk van vaste opdrachtgevers heb opgebouwd.

  • Teksten schrijven is niet mijn eigenlijke werk

    Uiteraard is het lekker makkelijk om te zeggen dat je tekstschrijver bent wanneer mensen vragen wat je doet. (‘Nee, niet voor muzikanten. Ja, wel voor websites en ook voor bedrijven die je wel kent’) Maar mijn eigenlijke werk is iets anders, dat zeker wel gerelateerd is Eigenlijk is psychologie namelijk mijn werk.

    Iedereen kan teksten schrijven

    Dat ik de vraag ‘Kun je daar je brood mee verdienen dan, met teksten schrijven?’ nog steeds  regelmatig krijg, is niet zo gek. Voor veel mensen is het een abstract beroep (die kennen zeker geen coaches). En iedereen kan toch teksten schrijven?

    Dat idee krijg je inderdaad als je ziet hoeveel mensen zichzelf tegenwoordig copywriter, tekstschrijver of contentmarketeer noemen. En ja, allemaal krijgen ze wel letters op papier of op het scherm. Omdat dat deel van het werk niet het ingewikkelde deel is.

    Maar kun je de rest ook?

    Doelgroepgericht denken, schrijven en handelen. Dát is wat ik eigenlijk doe de hele dag. Te beginnen met de teksten die ik schrijf. Die moeten aansluiten bij de doelgroep van mijn klanten, want anders zijn ze zinloos. Daarom verdiep ik me in deze doelgroepen en pas daarna begint het schrijfwerk.

    Maar vergeet ook niet dat het omgaan met mijn klanten en geïnterviewden een belangrijk deel van mijn werk is. Daarbij gaat erom dat ik heel goed begrijp wat zij graag willen, met welke zorgen zij zitten en hoe ik die zorgen weg kan halen. Ik schreef al eerder dat problemen oplossen dagelijks werk is voor me. Dat kan alleen omdat ik doelgroepgericht denken ook toepas richting mijn klanten. Ze vinden het fijn om met mij te werken omdat ik ze snap. Daarom heb ik zulke loyale klanten.

    Zelfs SEO is tegenwoordig voor een groot deel psychologie. Google wil immers dat je het als eigenaar van een site zo goed mogelijk inricht voor de bezoeker. Keywordcombinaties laten zoekintenties zien. Allemaal psychologie!

    Dit geldt voor veel meer beroepen

    Voor veel functies en specialismen geldt uiteraard dat psychologie onderdeel is van het werk. Denk bijvoorbeeld aan IT-consultants die aan tafel zitten bij organisaties om ze verder te helpen. Als je niet weet welke drempels er zijn voor de mensen aan de overkant, dan gaat het nooit soepel verlopen.

    Maar in het geval van een freelance copywriter is psychologie toch écht wel een basisvaardigheid.

  • Opvallen is altijd slimme marketing

    Deze week hield Gerrald Hekman van Handstand een onorthodoxe workshop voor onze businessclub over marketing op basis van hiphop. Dat was erg interessant en vooral erg leuk! Zo zie je maar: een uniek insteek is het belangrijkste om indruk te maken. Dat vertelde Gerrald niet alleen, dat maakte hij ook waar door de aanpak van de workshop. Onder het motto ‘Keeping it real’.

    Een goed verhaal vanuit de hiphop

    Met alles wat Gerrald vertelde was ik het helemaal eens:

    • Positioneer jezelf in de markt op een manier die alleen bij jou past
    • Doe dat door dicht bij jezelf te blijven, zoek het unieke haakje
    • Vertel erover met zelfvertrouwen
    • Denk niet alleen aan de inhoud, maar ook aan de manier waarop je het brengt

    Als voorbeeld noemde hij Kanye West, Eminem en Ice Cube, die dit allemaal prima begrijpen en hebben toegepast in de praktijk.

    Ook in de metal zitten slimme marketeers

    Tijdens de workshop moest ik denken aan mijn eigen muziekscene, metal. Daar heb ik namelijk een perfect voorbeeld gevonden van een band die ‘keeping it real’ en opvallen tussen de rest als geen ander snapt: Party Cannon.

    In een scene waarin het gemiddelde bandlogo lijkt op een bos takken (hier is een bekende meme over gemaakt), valt Party Cannon op door het écht helemaal anders te doen.

    En het klopt ook nog perfect, het is niet geforceerd ofzo. De band maakt ‘partymetal’, dus waarom dan niet ook een logo dat een feestje is?

    Ze hebben er in ieder geval al heel veel publiciteit mee gescoord, van Buzzfeed tot 9Gag, dus niet op de minste plekken. Dat was allemaal niet gelukt als ze gewoon een takkenboslogo hadden gehad.

  • Verander nou niet steeds je pay-off!

    “Steeds verrassend, altijd voordelig”, “Just do it”, “Dat zeg ik, Gamma”. Allemaal voorbeelden van pay-offs die in ons brein gebrand zijn. En hoe komt dat? Omdat deze merken er jarenlang mee communiceerden en niet steeds weer met een nieuwe positionering en pay-off kwamen. Ik zou zeggen: leer hiervan als je écht lading wilt geven aan je merk.

    De inspiratie: Enschede

    Tien jaar lang was de pay-off van Enschede ‘Stad van nu’. Daar heb ik ook wel een mening over, want dit is wel een pay-off die je echt moet waarmaken op alle gebieden, maar hoe langer hij gebruikt werd, hoe beter ik hem vond.

    Maar een commissie van knappe koppen vond dat het anders moest.

    En anders betekende ook echt helemaal anders. Vanaf nu zijn er namelijk meerdere pay-offs (verzonnen door inwoners van de stad) die gebruikt worden ‘op de juiste plek’:

    • Gebouwd op stoom & strijd
    • Innovatie zit in ons bloed
    • Zoek de grens op
    • Hier komt de zon op
    • Hier begint het
    • Stad vol lef en creativiteit. Onze impact is wereldwijd

    Over de inhoud van die pay-offs wil ik best een discussie aangaan, maar het belangrijkste is dat er totaal geen lijn in valt te ontdekken voor de doelgroep. Als je ze vraagt: ‘Wat is Enschede?’ dan wordt er echt niet zomaar één van deze wijsheden opgelepeld. Terwijl die kans met ‘Stad van nu’ veel groter was, zeker als ze die pay-off nog veel langer hadden gehanteerd. Wat ook prima had gekund, want ‘nu’ kan voor eeuwig meegaan.

    Welke pay-offs onthoud je?

    De pay-offs die jaren en jaren consequent zijn geladen door ze waar te maken op alle vlakken. Niet de pay-offs die af en toe in bepaalde situaties gebruikt worden voor een tijdje.

  • Hoe blijf je productief als copywriter?

    Foto: Leonidas Tsementzis

    Dit geldt voor elk vak natuurlijk, maar zeker in een creatief vak als copywriting het is belangrijk dat je gefocust blijft. Afleiding kan funest zijn (of je juist verder helpen, argh!). Je doel is natuurlijk om zo productief mogelijk te zijn, want je werkt op basis van uurtje-factuurtje. Hoe doe je dat? Ik beweer niet dat ik alle wijsheid in pacht heb hoor, maar ik vertel je wel graag wat voor mij werkt.

    Bepaal de structuur

    In mijn geval werkt het zo dat ik in vooraf de structuur van wat ik wil schrijven in mijn hoofd vormgeef. Ik bepaal hoe ik omga met de input, welke tone of voice ik ga hanteren en vaak ook al welke tussenkoppen erbij horen.

    Anderen willen dat liever voor zich zien en doen dat in hun Word-document of Google Doc. Het maakt niet uit hoe je het doet, als je maar weet hoe je de structuur van je tekst wilt opbouwen. Dit is een punt waar ervaring en snelheid aan bod komen. Hoe vaker je dit doet, des te sneller gaat het.

    Hierbij is het wel belangrijk dat je weet met welke boodschap je de doelgroep gaat overtuigen. Dat is de basis voor je structuur: wat vertel je wanneer en hoe?

    Schrijf, schrijf, schrijf!

    Bij een bureau waar ik eerder een dag in de week zat en mijn eigen toetsenbord meenam, zetten ze soms de muziek harder omdat ik zo hard typte. Dat komt door dit punt: schrijven, schrijven, schrijven!

    Ook als je niet helemaal zeker bent of je wel de juiste woorden gebruikt, schrijf je ze gewoon op. Als je het naleest, kun je het altijd nog aanpassen. Het gaat er vooral om dat je de tekst invult op een manier die bij de vooraf bedachte structuur past.

    Snel veel letters op het scherm krijgen, is een perfect bewijs voor je productiviteit.

    Probeer afleiding te negeren

    • Appgroepjes zijn hartstikke leuk, maar niet als je gefocust wilt blijven. Demp ze daarom terwijl je werkt.
    • E-mails zijn ook een bekende afleiding, dus ga niet continu checken of je nog nieuwe hebt. Zo belangrijk zijn ze nu ook weer niet. Antwoorden kan later, als je klaar bent met je klus.
    • Afhankelijk van het soort focus dat je zoekt, kun je besluiten of je wel of niet muziek opzet tijdens het schrijven. Zelf kan ik bij grote, relatief eenvoudige schrijfklussen met veel tekstpagina’s juist lekker werken als ik snelle muziek opzet die ik niet mee kan zingen (in mijn geval vaak death metal). Maar wanneer ik echt stevig moet nadenken over de juiste woorden, heb ik juist stilte nodig.

    Oké, de enige reden waarom afleiding je soms kan helpen, is dat je er creatieve connecties door kunt maken in je brein. Iets dat je ziet, ervaart of hoort door de afleiding, vindt zo een weg in je werk en levert net dat laatste puzzelstukje op waar je naar op zoek was.

    Heb ik nu mijn hele blogpost onderuit gehaald? Jammer dan. Haal de tips eruit die je nuttig vindt!

  • Is korter schrijven echt altijd beter?

    Foto: Andy Stafiniak

    We ‘weten’ allemaal dat het beter is om zo kort en bondig mogelijk te schrijven. Met weinig woorden communiceer je beter, toch? Er is minder ruis en als je korte zinnen gebruikt dan vermijd je vaak moeilijke woorden. Allemaal pluspunten. Maar wat nu als je in de praktijk toch beter wat meer woorden kunt gebruiken?

    Van tijdelijke tekst naar echte tekst

    Nee, ik ga het nu niet hebben over die ellenlange Amerikaanse landingspagina’s die maar door blijven gaan. Volgens onderzoeken werken die goed, dat zal allemaal best. In plaats daarvan geef ik een voorbeeld van een discussie waar ik zelf deze week in belandde.

    Een team programmeurs bij een verzekeraar was bezig met een nieuwe tool voor op de website. In de voorbereidingsfase zet de UX-designer dan even wat tijdelijke tekst in het ontwerp, die in een later stadium wordt vervangen voor de daadwerkelijk te gebruiken tekst. Dit was het moment dat mijn hulp werd gevraagd.

    Kort communiceert wel, maar heeft minder emotie

    Laten we eens uitgaan van een tool over een autoverzekering. Daarin worden allerlei vragen gesteld over de auto, die de gebruiker moet beantwoorden om de uitslag te zien. De UX-designer had hiervoor heel korte termen gebruikt aan de vraagkant (de antwoordkant was al klaar). Denk hierbij aan:

    • Merk?
    • Bouwjaar?

    Zulke korte teksten communiceren precies wat ze moeten communiceren. Maar ze komen wel over alsof je door een militair ondervraagd wordt en binnen drie seconden antwoord moet geven of anders… De vraag is dus of dat wel de gewenste manier van communiceren is.

    Meer woorden = vriendelijker

    In plaats van zulke strakke vragen, is het veel vriendelijker om te kiezen voor een complete zin als vraag, zoals:

    • Van welk merk is uw auto?
    • In welk jaar is uw auto gebouwd?

    Hierbij voeg ik direct als kanttekening toe dat het de gebruiker op deze manier meer tijd kost om de tool te doorlopen. Dat is dus zeker een afweging om te maken als snelheid belangrijk is.

    Je zou zelfs nog kunnen kiezen voor een combinatie van de twee, waarbij de korte variant een signaalfunctie heeft en de volledige vraag voor de vriendelijkheid zorgt:

    • Merk
      Van welk merk is uw auto?
    • Bouwjaar
      In welk jaar is uw auto gebouwd?

    Dit neemt alleen wel veel meer ruimte in op het scherm, wat vooral een probleem kan worden als het gaat om mobiele weergave.

    Maar als je zeker wilt weten dat je op de juiste manier communiceert met je doelgroep, is het dus verstandig om niet altijd meteen voor de kortste variant te gaan.

  • Elke klant is anders (maar dat wisten we al)

    Photo by Andrzej Pobiedziński

    Als je freelancer bent, is het nooit saai. Je hebt elke week te maken met verschillende projecten voor verschillende klanten. Zo probeer je alle ballen tegelijk in de lucht te houden, terwijl je voor elke klant op zoek gaat naar de juiste tone of voice. Dat de reacties op mijn proefteksten behoorlijk tegengesteld kunnen zijn, heb ik onlangs weer eens ervaren. En toen was ik weer blij dat ik überhaupt altijd proefteksten schrijf voordat ik met de complete batch aan de slag ga…

    De ene klant wil minder borstklopperige teksten

    Voor een klant in de techniekhoek/maakindustrie had ik twee proefteksten geschreven, waarbij ik de unieke kwaliteiten van het bedrijf leidend liet zijn. Er waren mooie usp’s te benoemen, want er was écht onderscheidend vermogen aanwezig.

    De klant zag dat toch anders:

    “Over de schrijfstijl: hier verzoek ik je iets terughoudender te zijn in het uiten van hoe goed we zijn, dit zullen we laten zien op onze website aan de hand van foto’s en de animatie. Af en toe benadrukken mag maar moet niet over the top zijn.”

    En dat snap ik, want het verschilt enorm per branche en per klantpersoonlijkheid in hoeverre je van jezelf wilt benadrukken dat je ergens goed in bent.

    Van de andere klant mag het wel wat borstklopperiger

    Op dezelfde dag kreeg ik ook feedback op de proefteksten voor een andere klant, eveneens uit de techniekhoek/maakindustrie:

    “De teksten zijn wel okay, maar het moet een beetje meer met flair of “sexy” geschreven zijn. Tikkeltje overdreven zeg maar, smeuïg.”

    Ook deze snap ik, want het past bij de klant en bij de doelgroep om het net even wat smeuïger te brengen, wat me uiteindelijk ook gelukt is.

    Met de eerste klant ben ik in het traject niet verder gegaan, nadat mijn tweede proeftekst toch nog als te borstklopperig werd ervaren. Dat is precies waar proefteksten voor bedoeld zijn: kijken of je op één lijn zit en of je bij elkaar past. Soms wel en soms niet dus.