Categorie: Copytips

  • Ik werk juist best vaak gratis

    Photo by Steve Harvey on Unsplash

    Je kent ze wel, de artikelen over dat je nooit voor niks moet werken, want wat je doet heeft waarde. Klopt hoor, maar toch doe ik het best vaak. En het werkt supergoed voor me. Noem het vrijwilligerswerk, wederkerigheid of investeren in de toekomst. Ik leg graag uit hoe ik dit doe.

    Wantrouw aanvragen voor onbetaald werk

    • “Wij zijn een startup, dus we kunnen je nu niet betalen. Maar zodra we geld verdienen, profiteer jij ook mee.”
    • “Als jij gratis de teksten schrijft voor ons evenement, levert je dat heel veel naamsbekendheid op.”
    • “Ik ken heel veel ondernemers en ik verwijs ze naar jou door als je deze teksten gratis schrijft.”

    Als een nieuwe potentiële klant al met zo’n aanvraag begint, dan gaan de alarmbellen natuurlijk rinkelen. Logisch, want dit is nu typisch een voorbeeld van #tegendebakker.

    Maar dat wil niet zeggen dat ik tegen gratis werk ben. Ik ben immers freelancer, eigen baas. Dan mag ik dus zelf bepalen of en hoeveel ik reken voor mijn diensten.

    Mijn stelling is: ik wil best iets gratis doen, maar dan wel op mijn eigen voorwaarden.

    Kies zelf je gratis klussen

    Als mijn vrienden een tekstje nodig hebben en ik kan ze daar snel en makkelijk mee helpen, dan doe ik dat toch? Ook voor vrijwilligersorganisaties, zoals goede doelen en culturele activiteiten, schrijf ik vaak gratis teksten. Omdat ik vind dat ik dat moet doen. Als ik zo met mijn expertise een steentje bij kan dragen, dan doe ik dat gewoon.

    Maar ook voor betalende klanten doe ik regelmatig dingen gratis. Uit loyaliteit, omdat zij altijd netjes op tijd mijn facturen betalen. En om de goede band die we hebben te benadrukken.

    Zo heb ik bijvoorbeeld een klant die mij een vast aantal uren per week inhuurt. Die uren mag ik zelfs factureren als ik ze niet maak, puur om de ruimte op mijn planning te reserveren. Maar ik kies ervoor om dat niet te doen. In plaats daarvan breng ik alleen in rekening wat ik daadwerkelijk gewerkt heb. Omdat dit de manier is die bij mij past. En omdat ik geloof dat dit de enige manier is om op een goede manier relaties voor de lange termijn aan te gaan.

    En zo verzilver ik die karmapunten

    Mijn klantenportfolio bestaat voor de overgrote meerderheid uit klanten waar ik al lang voor werk. De factuuromschrijving die ik deze maand het vaakst heb gebruikt is ‘juli’. Meer niet. Het vertrouwen komt van beide kanten. Dat komt natuurlijk door heel veel factoren, maar mijn bereidheid om niet voor elke gewerkte minuut een factuur te sturen, draagt daar zeker aan bij.

    Onlangs overkwam me weer eens iets moois op dit gebied. Iemand die ik ken uit ons gezamenlijke muziekverleden is voor zichzelf begonnen en heeft teksten nodig voor zijn website. Daar help ik hem mee, zonder een factuur te sturen. Hij is heel blij met de teksten die ik geschreven heb en liet ze trots aan zijn broer zien. Die heeft me op zijn beurt gevraagd om voor het bedrijf waar hij werkt de teksten te schrijven. En dat is een behoorlijk grote klus, met uitzicht op een langetermijnrelatie.

    Kortom: af en toe gratis werken komt mijn business echt wel ten goede.

  • Durf je (tik)fouten toe te geven

    Als je iets vaak doet op een dag, wordt de kans groter dat je een keer een foutje maakt. Uiteraard word je er wel gaandeweg steeds beter in, maar fouten horen erbij. Ook als je tekstschrijver bent. Of misschien zelfs juist als je tekstschrijver bent, omdat je de hele dag aan het typen bent.

    Fouten maken is een kwestie van kansberekening

    Stel dat je een foutpercentage hebt van 0,1%. Dan maak je dus per duizend woorden een tikfout of spelfout. Op een gemiddelde dag schrijf je als tekstschrijver toch al gauw 5.000 woorden. Met een foutpercentage van 0,1% zou je dan dus vijf fouten maken met een foutpercentage van 0,02% dus eentje.

    Terwijl als je vooraf tegen een nieuwe klant zou zeggen dat je een foutpercentage hebt van 0,02%, dan klinkt dat echt alsof het vrijwel nul is. Dat is het in feite ook. Maar het wordt wel een lullig gesprek met je opdrachtgever wanneer je die ene fout net maakt op een cruciale plek in de tekst.

    Ja, ook ik maak fouten

    Helaas heb ik nooit uitgerekend wat mijn foutpercentage is en daar ben ik nu eigenlijk wel benieuwd naar. Ik lees wel mijn teksten na voordat ik ze naar mijn klanten stuur, maar over bepaalde fouten lees je gewoon heen. Daardoor gebeurt het mij ook wel eens dat ik feedback krijg waarvan ik denk: “Wat stom, dat had ik moeten zien!” Ach ja, we zijn geen van allen perfect.

    Het is me wel eens overkomen dat ik een fout pas signaleerde toen hij al lang online stond. Dat betekent dus ook dat niemand bij mijn opdrachtgever de fout heeft gezien en dat ze er ook geen verbolgen mails over hebben gehad van hun klanten. Dat helpt ook wel om eventueel perfectionisme te relativeren. Zo belangrijk is het nu dus ook weer niet allemaal…

    Een pijnlijk online voorbeeld uit de praktijk

    Naast spelfouten zijn er nog veel meer fouten die je kunt maken. Bijvoorbeeld door als opdrachtgever te vertrouwen op een partij die minder goed werk levert dan ze je vooraf voorschotelden. Hier hoor ik vaak verhalen over op marketing-, SEO- en webdevelopmentgebied. Maar in deze sectoren kun je niet zomaar even een kleine proefopdracht doen, zoals ik altijd voorstel aan nieuwe klanten.

    Een schrijnend voorbeeld uit de praktijk: een commerciële partij die vooral zakendoet met particulieren had een nieuwe website laten maken voor € 30.000. Na oplevering vroeg een maatje van me, die daar werkte, om eens te analyseren waarom ze ineens geen leads meer uit hun site haalden. Ik maakte een lijstje met punten (dat vrij lang werd) en adviseerde dan ook om de oude site (al dan niet tijdelijk) weer terug te zetten. Want die heeft zichzelf immers bewezen in het verleden. De eigenaar van het bedrijf dacht daar anders over, omdat hij nu al zoveel geïnvesteerd had.

    Zo zie je maar dat het voor sommigen toch best moeilijk blijft om fouten toe te geven.

  • Het bewijs dat radio- en buitenreclame werken

    Ken je de radiocommercials en/of abri’s van Plankton Pannenkoek? Dat was dus geen echt product, maar een test van Qmusic en JCDecaux. De test mag zeker een succes genoemd worden, want de resultaten tonen aan dat radio en buitenreclame elkaar versterken. Al na één week herinnerde 39% van de Nederlanders zich de campagne, genereerde het tot dan toe onbekende product 9% merkbekendheid en werd de website door meer dan 30.000 mensen bezocht.

    Zelfs ik heb de campagne gezien!

    Ik luister nooit naar de radio, maar ik kom wel af en toe buiten. De abri’s van Plankton Pannenkoek heb ik dan ook opgemerkt en ik vroeg me inderdaad af wat dit was. Noem het beroepsdeformatie, maar ik let door mijn werk als copywriter altijd extra goed op uitingen als ik onderweg ben. Misschien ben ik dan ook niet de gemiddelde doelgroep. Toch was ik lang niet de enige die de campagne opmerkte.

    Uit het persbericht:

    Bart de Vries, Commercieel Directeur JCDecaux: “De communicatieve en commerciële kracht van de gecombineerde inzet van buitenreclame en radio is ongeëvenaard: met een abricampagne zorg je in een week tijd voor een enorme bekendheid, die door radio wordt versterkt. De case met de Plankton Pannenkoek bewijst dit maar weer eens, want in 1 week een merkbekendheid geven van 9% aan een product dat niemand kent en dat nergens te koop is, is echt jaloersmakend.”

    Harde data helpen

    Dankzij dit onderzoek heb ik in ieder geval harde data om mijn advies aan klanten te ondersteunen om te kiezen voor radio- en buitenreclame in combinatie met elkaar.

    Uit het persbericht:

    Slechts na 1 week wist het niet bestaande merk Plankton Pannenkoek al grote bekendheid te genereren. Uit onderzoek van Mindshare blijkt dat maar liefst 39% van Nederland herinnert de campagne te hebben gezien en/of gehoord. Onder degenen die in contact zijn gekomen met zowel radio als buitenreclame is dat zelfs 52%. In één week tijd heeft het tot dan toe onbekende merk een merkbekendheid van 9% gerealiseerd. Onder degenen die in contact zijn gekomen met zowel radio als buitenreclame is dat zelfs 16%. Daarnaast telde de website planktonpannenkoek.nl de eerste week al ruim 30.000 unieke bezoekers. Doordat het om een fictief product gaat weten we dat de gevonden effecten volledig aan de media-inzet toe te schrijven zijn.

    Voor alle communicatiecollega’s die overal een businesscase voor moeten indienen om vooraf het succes van een campagne-idee al te bewijzen: doe er je voordeel mee!

  • Coronaspoed is toch best goed

    We kennen allemaal het spreekwoord over haastige spoed. Het deel dat volgt, ‘is zelden goed’, geeft al aan dat er uitzonderingen zijn. Deze coronatijd is een uitzondering, heb ik gemerkt. Waarom dat is, leg ik graag uit.

    1.     Iedereen is op zoek naar zekerheid

    Het zijn onzekere tijden. Door duidelijk te communiceren hoe je bedrijf functioneert met de coronamaatregelen, bied je zekerheid. Zeker als je uitlegt dat je nog steeds prima bereikbaar bent op afstand, of met minimaal anderhalve meter ertussen wanneer het om fysieke bereikbaarheid gaat.

    2.     Nieuwe ideeën wil je snel verspreiden

    Ik ken veel ondernemers die werkzaam zijn in sectoren die door het coronavirus ineens hun omzet zagen wegvallen, zoals horeca en evenementen. Maar dat betekent niet dat zij stilzitten. Er worden in no-time nieuwe ideeën bedacht om omzet mee te behalen of businessmodellen worden aangepast met dezelfde reden. Maar dat moet je dan wel laten weten aan de buitenwereld.

    Het spreekt voor zich dat deze ondernemers met spoed willen communiceren. De afgelopen weken heb ik dan ook voor een aantal van deze klanten aan teksten gewerkt over nieuwe initiatieven en concepten. Ook op conceptueel gebied mocht ik bijdragen. Leuk om te doen!

    3.     Aan je communicatie werken voelt goed

    Een pandemie zoals we die nu beleven, en dan met name de maatregelen die overheden wereldwijd nemen, kan zorgen voor een gevoel van machteloosheid. Het is logisch dat veel ondernemers en medewerkers van bedrijven die tijdelijk niets mogen doen tóch iets willen doen. Communiceren met verschillende doelgroepen is dan een prima oplossing.

    Je merkt dat sommige bedrijven nu ineens tijd hebben om meer aandacht te besteden aan de communicatie. Eerder wilden ze het wel, maar kwam het er gewoon niet van. Nu hebben ze er tijd voor en gaan ze er helemaal voor. En dan kunnen ze ook nog eens eindelijk iets nuttigs doen voor hun bedrijf. De ideale reden om met spoed aan je communicatie te werken, toch?

    Kortom: ik snap de haast die mijn klanten hebben sinds de uitbraak van de coronacrisis en ik vind het goed dat ze zo snel mogelijk communiceren met hun klanten, prospects en andere relaties. Elk van deze drie redenen is op zichzelf al voldoende om met spoed aan de slag te gaan!

  • Weer een marketingillusie doorgeprikt

    Niet elke consument koopt een product om zich goed te voelen over zichzelf. Consumenten met een laag zelfbeeld kopen juist eerder inferieure producten, zo blijkt uit onderzoek van de Tilburgse onderzoeker Anika Stuppy. Samen met Nicole Mead (York University) en Stijn van Osselaer (Cornell University) deed zij onderzoek naar dit fenomeen.

    Zelfbeeldversterkend

    De hypothese die zij onderzochten: consumenten met een laag gevoel van eigenwaarde hebben een voorkeur voor inferieure producten, terwijl consumenten met een hoog zelfbeeld dat beeld versterken door superieure producten te kopen.

    Vijf studies die de onderzoekers uitvoerden, ondersteunden de hypothese. Dit betekent dus dat wanneer consumenten met een laag zelfbeeld mogen kiezen tussen bier van een huismerk of een premium biermerk, dan kiezen zij voor het huismerk bier. Zo bevestigen zij hun negatieve zelfbeeld. Die goedkope kapsalon, het huismerk-bier en dat slonzige restaurant vinden zij beter passen bij zichzelf, of althans: hoe ze zichzelf zien.

    Grote gevolgen voor marketing

    Stel dat we dus in onze marketinguitingen blijven proberen om consumenten bepaalde producten te laten kopen en zich goed te laten voelen over zichzelf, dan slaan we compleet de plank mis bij een doelgroep met een laag zelfbeeld. Hoe groot deze groep is, is moeilijk te zeggen. We kunnen immers niet in het hoofd van mensen kijken (oké, met hersenscans wel).

    Maar voor marketing van goedkopere of ‘laagdrempelige’ producten, doen we er als marketeers dus goed aan om juist deze eigenschappen te promoten. Die bevestigen immers het zelfbeeld van dit specifieke type consument.

    Lees het complete onderzoek in de Journal of Consumer Research.

  • Wat is je talent als copywriter?

    Tijdens kennismakingsgesprekken met nieuwe klanten krijg ik vaak de vraag waarin ik gespecialiseerd ben. Dat is niet direct een specifieke branche in mijn geval, maar ik kan wel uitleggen wat mijn talent is en waarom mijn klanten blij zijn met mij als copywriter. Dus dat ga ik nu doen.

    Wat de materie ook is, ik snap de essentie snel

    Dit is de eigenschap die ik als mijn grootste talent zie. Mijn hele leven heb ik al snel dingen gesnapt, wat overigens erg goed uitkwam op school. Veel nieuwe klanten vinden het verbazingwekkend dat ik tijdens het eerste gesprek al dingen zeg waarmee ik precies de vinger op de zere plek leg. Dan weten ze dat ik ze verder kan helpen.

    De taak van een copywriter is de boodschap zo goed mogelijk overbrengen. Daarvoor zijn het niveau en het referentiekader van de doelgroep belangrijk. Ik moet teksten schrijven die door een vakgenoot geschreven lijken te zijn, iemand die hun (koop)motieven snapt en die inhoudelijk weet hoe een product of dienst werkt. Of het nu gaat om tractorbanden of managed hosting: ik red me er wel mee.

    In alle branches ben ik thuis

    Nog een vraag die ik vaak krijg: in welke branches ik gespecialiseerd ben. Tja… betekent het iets dat ik veel heb gedaan in de financiële branche, IT en zorg? Ik vind van niet, want ik heb ook gewerkt voor veel overheidsinstanties, goede doelen en uitgevers. Maar ook voor talloze technische bedrijven en dienstverleners in de b2b-markt. Eigenlijk ben ik gewoon in alle branches thuis.

    Kijk maar naar mijn referenties, er zit echt van alles tussen. En dan heb ik nog niet eens alle klanten genoemd, want ik werk per jaar voor ongeveer 50 à 100 bedrijven. Mooi verspreid over allerlei branches.

    Sociale skills  heb ik wel

    Mensen doen zaken met mensen. Daarom blijven sociale skills altijd belangrijk voor iedere zzp’er en dus ook voor mij als copywriter. Dat begint al aan tafel (of aan de telefoon) bij het eerste gesprek. Voel je snel aan wat de klant wil, dan kun je daarop inspelen. Of misschien is het nodig om zelf de regie van het gesprek over te nemen, zodat je direct de vervolgstappen voor iedereen aan tafel duidelijk maakt. Ervaring is hierbij heel belangrijk, want het komt uiteraard ook wel eens voor dat het niet klikt.

    Ook als je eenmaal zakendoet met elkaar zijn die sociale skills belangrijk. Hoe reageer je bijvoorbeeld als een klant je advies niet overneemt? Of als er feedback komt die je teksten eigenlijk slechter maakt in plaats van beter? De manier waarop je het gesprek aangaat, bepaalt voor een groot deel hoe tevreden je klant met je is aan het einde van de opdracht.

    Samenwerken met anderen in een team (in-house of op afstand) doe ik ook met plezier. Dat werkt alleen goed als je goed kunt communiceren en elkaars wensen en verwachtingen met elkaar afstemt. Daarbij komt weer van pas dat ik snel dingen oppik, dus ook wie op welke manier benaderd moet worden.

    Spoed? Komt goed!

    Over snel gesproken: mijn vrienden noemen mij een tekstmachine. Als het moet, kan ik heel snel teksten schrijven en opleveren. Mijn vaste klanten weten dat al lang, want voor deze loyale groep laat ik de opdracht vallen waar ik mee bezig ben om ze verder te helpen als ze een spoedje hebben.

    In mijn planning houd ik elke week tijd vrij zodat ik eventuele spoedklussen kan oppakken voor mijn vaste klanten. Dat wil ik ook de komende jaren blijven doen, want ik wil beschikbaar zijn wanneer zij mij het hardst nodig hebben.

    Grote klussen zijn geen probleem

    Voor de meeste van mijn klanten is een website met zo’n 40 tekstpagina’s al een grote klus. Maar in de loop der jaren heb ik wel voor hetere vuren gestaan. Duizenden pagina’s schrijven? Geen probleem, we maken een planning en ik houd mij daaraan. Webshops, vakantiesites en andere grote contentsites heb ik op deze manier ­verder geholpen. Dit soort klussen past ook bij me, want ik houd ervan om mijn dagelijks of wekelijks afgesproken quotum te halen.

    Is er geen tijd in de planning om het allemaal zelf te schrijven? Dan heb ik een netwerk van 15 freelance copywriters om mij heen om samen te werken aan zo’n grote klus. Ik blijf het aanspreekpunt voor de klant, stem de briefing en proefteksten af (die ik zelf schrijf) en controleer de kwaliteit en consistentie van de aangeleverde teksten. De ervaring leert dat dit prima werkt voor alle partijen.

    Ja, ik kan ook wel schrijven

    Het is niet voor niets dat ik deze eigenschap onderaan de lijst zet met talenten. Ik vind mezelf namelijk niet direct de allerbeste copywriter ter wereld. Toch zijn vrijwel alle klanten die ik help écht blij met de teksten die ik oplever. En bevelen ze mij continu aan bij anderen, zodat ik steeds weer nieuwe klanten krijg. Dus: ja, ik kan ook wel schrijven.

    Maar het is niet zo dat je per se Neerlandicus moet zijn om een goede copywriter te zijn. Op mijn eindlijst van het vwo prijkte ‘slechts’ een 6 voor Nederlands en toch heb ik van deze taal mijn beroep gemaakt. Ik vermoed dat dit komt door de andere skills die ik al heb genoemd. Als je deze talenten bezit én je weet je teksten ook nog een beetje lekker te laten lopen, kun je volgens mij prima aan de slag als copywriter.

  • Een heel jaar niet overwerken: dit heb ik geleerd

    Oké, het is niet de eerste keer dat ik mijn doelstelling behaal om een heel jaar niet over te werken. Maar ik word er wel steeds beter in. Dit zijn de dingen die ik geleerd heb in 2019.

    1 – Klanten zijn vaak heel redelijk

    Je verwacht het niet, na al die horrorverhalen die je hoort van zzp’ers over hun klanten. Het klopt op zich wel dat sommige klanten altijd haast hebben, maar in de meeste gevallen valt er goed te praten over de planning. Als ik écht geen tijd heb, doen ze best moeite om hun planning aan te passen. Daarom ben ik zo blij met mijn klanten.

    2 – Als je niet overwerkt, stijgt je productiviteit

    In plaats van dat ik denk ‘O, dat doe ik vanavond of dit weekend wel even’, moet ik er door mijn strakke werktijden voor zorgen dat alles doordeweeks overdag afkomt. En dat lukt ook gewoon. Blijkbaar zorg ik er onbewust voor dat ik meer gefocust en met minder afleiding mijn werk doe. Leuke bijwerking van zo’n doelstelling, toch?

    3 – Voor vaste klanten maak ik tijd

    Eigenlijk is dit natuurlijk meer iets dat mijn klanten hebben geleerd. Ook al heb ik mezelf beperkt in het aantal uren dat ik werk (zo’n 40/45 uur per week), wanneer mijn vaste klanten mij nodig hebben, dan sta ik klaar voor ze. Dat wordt ook gewaardeerd, heb ik gemerkt. Door mezelf op deze manier te bewijzen, wordt de relatie met mijn vaste klanten nog beter. En het is een mooi verkoopargument voor mij richting nieuwe klanten: zorg dat je een vaste klant wordt, want dan heb ik altijd tijd voor je. 😉

    4 – Rust zorgt voor betere prestaties

    De balans tussen werk en privé was dit jaar optimaal door mijn voornemen om niet over te werken. Daardoor hoefde ik elke avond en elk weekend niet aan werk te denken. Die rust in mijn hoofd zorgde er weer voor dat ik beter presteerde tijdens werktijd. En dat ik meer plezier heb in het leven.

    Kortom: ik kan het iedereen aanraden om vooral niet over te werken, ook al ligt er altijd werk genoeg. Op naar een gefocust 2020!

  • Is je reclamevideo boeiend? Check de hersenscan!

    Onderzoekers van de Rotterdam School of Management, Erasmus University hebben gemeten hoe onze hersenen reageren op tv-commercials. En daaruit kwam een behoorlijk interessante conclusie. Het blijkt dat hersenen van verschillende mensen identiek reageren als ze boeiende video’s te zien krijgen. Op basis van dit wetenschappelijk onderzoek kan worden gesteld dat emotionele storytelling werkt, aldus de onderzoekers.

    Voorkom dat kijkers afhaken

    Het onderzoek heeft uitgewezen dat proefpersonen die boeiend videomateriaal te zien kregen, vergelijkbare hersenactiviteit lieten zien. Met andere woorden, een fascinerend filmpje genereert vergelijkbare reacties in de hersenen, terwijl een minder boeiend filmpje bij de kijkers uiteenlopende hersenreacties laat zien: hun gedachten dwalen als het ware af en het brein haakt af.

    Storytelling werkt

    De gevonden simultane activiteit vond plaats in de hersengebieden die worden geassocieerd met het verwerken van emoties en het begrijpen van verhalen. Dit betekent dat video’s met emoties en begrijpelijke verhalen als aantrekkelijker worden ervaren dan video’s met bijvoorbeeld achtervolgingen of losse scenes die weinig verband met elkaar houden. Dit resultaat is ook een bevestiging dat emotionele storytelling werkt.

    Een vervolgonderzoek waarin de hersenactiviteit werd gemeten bij 28 personen die naar een reeks van 18 filmtrailers keken, liet dezelfde resultaten zien. Dus een boeiend filmpje, van welke aard ook, zorgt ervoor dat de hersenen van verschillende personen dezelfde activiteit laten zien.

    Kortom: met dit nieuwe onderzoek kunnen marketing- en communicatieprofessionals achterhalen hoe boeiend hun filmpjes zijn en deze desgewenst aanpassen.

    Check het complete onderzoek hier of bekijk deze video (ja, ook best boeiend).

  • DTG weet niet waar de SEO-klepel hangt

    Ach, ik ben wel gewend dat ik mails ontvang waarin gouden bergen worden beloofd dankzij SEO. Maar de mail die DTG onlangs stuurde, vond ik toch wel erg ongeloofwaardig. Door de onderwerpregel ‘Hardcopy voor altijd hoger in Google?’ gingen mijn alarmbellen rinkelen. En de tekst van de mail maakte het niet beter…

    Wacht even: ‘voor altijd hoger in Google’? Dat is een claim die je nooit waar kunt maken, volgens mij. Om twee redenen:

    1. Je weet niet hoe het algoritme van Google je huidige SEO-inspanningen in de toekomst waardeert.
    2. Je weet niet wat de concurrentie voor activiteiten ontplooit waarmee ze je eventueel voorbij kunnen gaan.

    Dus kreten als ‘die goede positie wordt u niet zomaar afgenomen’, ‘De resultaten van uw SEO-activiteiten blijven behouden’ en ‘Een tekst op uw dienstenpagina blijft zijn werk doen zo lang de site online is’ zijn wel erg kort door de bocht. Was het maar zo simpel!

    En dan ook nog de warrige combinatie van ‘Post u vandaag nieuwe content’ en ‘De link van een autoriteit naar uw site sluist continu relevant verkeer naar uw pagina’s’, oftewel contentcreatie en linkbuilding zonder de relatie daartussen uit te leggen. Ik vind het maar zwak allemaal. Terwijl ondernemers die weinig van SEO weten er misschien wel intrappen omdat het enthousiast gebracht wordt.

    Natuurlijk zijn relevante links altijd goed

    Oké, er stond ook een alinea in die wél klopte (op de tekstfout ‘een uw brancheorganisatie’ na dan):

    Maar alles bij elkaar (de slecht geschreven tekst, de zwakke inhoud en de veel te mooie beloften) overtuigt DTG mij niet van hun SEO-kwaliteiten. Ik heb vooral het idee dat ze de klok wel hebben horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt.

  • PR is prima, maar houd het geloofwaardig

    Ik adviseer mijn klanten regelmatig om de media te benaderen met interessante weetjes of ludieke acties. Zulke PR is goed voor de naamsbekendheid, maar levert online ook nog eens de nodige linkjes op, altijd nuttig voor linkbuilding en traffic. Als ontvanger van persberichten zie ik dat deze strategie echter vaak verkeerd wordt ingezet. De grootste fout: de publiciteit zoeken met een onderwerp dat totáál niet past bij je product of dienst.

    Een voorbeeld van hoe het niet moet:

    Een op drie werkenden fantaseert weleens over collega

    56 procent zou echter nooit relatie aangaan met collega

    Maar liefst 30 procent van de werkende Nederlanders heeft weleens erotisch gedroomd over een collega of leidinggevende. Dit blijkt uit onderzoek van Acties.nl onder 1.108 Nederlanders in loondienst, uitgevoerd door Panelwizard. Ondanks dat een aanzienlijk gedeelte van de ondervraagden in gedachte weleens een spannend avontuurtje met een collega heeft beleefd, stellen zes op de tien ondervraagden nooit een relatie met een collega te willen beginnen.

    Hierna volgt er een heel verhaal over pikante gesprekken op de werkvloer en schunnige grapjes. Kortom, sex sells. De aandacht van journalisten en nieuwslezers wordt daarmee getrokken. Maar vervolgens blijkt wie er eigenlijk achter het onderzoek zit:

    Acties.nl helpt consumenten om te besparen op online aankopen door de actuele kortingscodes, aanbiedingen, sales, deals en kortingsbonnen te verzamelen van meer dan 1.000 webshops. Daarnaast biedt de website interessante bespaartips voor de meest uiteenlopende zaken, zoals vakanties, boodschappen en kleding. Acties.nl wordt maandelijks door ruim een miljoen bezoekers geraadpleegd.

    Huh? Een website in kortingscodes onderzoekt hoeveel mensen er op de werkvloer erotische fantasieën heeft over een collega? Daar raak je als lezer écht van in de war. Het past totaal niet bij elkaar, dit onderwerp en deze afzender. Waarom zouden lezers dus je naam onthouden? En waarom zouden serieuze journalisten dit plaatsen?

    Voorbeelden van hoe het wél moet:

    • Een bandenfabrikant die onderzoekt hoeveel mensen op winterbanden rijden
    • Een datingsite die onderzoekt dat na de kerstdagen de meeste nieuwe leden zich inschrijven
    • Een jeansmerk dat onderzoekt hoe klanten tegenover kledingrecycling staan

    Kortom, PR kan écht wel relevant zijn. Doe dat dan ook gewoon!