Categorie: Copytips

  • Stop met acquisitie, leve je bestaande klanten!

    Klinkt rigoureus hè? Toch is het algemeen bekend dat het veel minder tijd, geld en moeite kost om meer omzet te halen uit je bestaande klantenkring dan om nieuwe klanten te werven. Eigenlijk is het allemaal best logisch. Maar je moet er wel bewust mee bezig zijn.

    (foto: Kim Stiver via Pexels)

    Nieuwe klanten werven kost je vijf keer meer

    Retentiemarketing, Customer Lifetime Value, upselling… het zijn allemaal termen die te maken hebben met een focus op bestaande klanten. Die focus is volkomen terecht, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

    Zo concludeerden onderzoekers van Forrester:

    “On an economic point, it costs 5 times more to acquire a customer than to retain and enrich customers, but the majority of companies are failing to make the right kind of loyalty investment.”

    Dus waarom dan in hemelsnaam die constante focus op nieuwe klanten?

    Bestaande klanten zijn je lange termijn

    Het grote verschil tussen nieuwe klanten en bestaande klanten? Voor nieuwe klanten doe je heel veel moeite, terwijl het vaak om een enkele opdracht gaat. Zoals de teksten voor een nieuwe website. En daarna dan?

    Dat is bij bestaande klanten anders. Zij kennen je al veel beter, dus ze denken eerder aan je wanneer ze een probleem hebben waarbij jouw expertise ze verder kan helpen. Je hoeft jezelf niet meer te bewijzen, ze weten al wat je kunt. Op langere termijn heb je daar meer aan dan aan een onbekende nieuwe klant.

    Snelweg naar meer omzet

    Vooral als freelancer ben je als persoon je bedrijf. Het gaat dan om de relatie die je opbouwt met je klant, of er een klik is tussen jullie. Begrijp je elkaar goed? Dan is de kans groot dat je samen nog veel meer kunt oppakken met een mooi eindresultaat.

    Het is dus absoluut de moeite waard om tijd en moeite te investeren in je bestaande klanten. Zij zijn je snelweg naar meer omzet.

    Wat kun je bijvoorbeeld doen?

    • Proactief ideeën delen met je contactpersonen, zodat ze weten dat je meedenkt en assertief bent.
    • Connecties maken met je contactpersonen op social media, niet alleen LinkedIn. Zo leer je elkaar beter kennen op persoonlijk niveau en versterk je de onderlinge band die er al is.
    • Draag via je blog, nieuwsbrief en social media uit wat je zoal doet, want het kan best zijn dat je klanten nog niet je hele dienstenportfolio kennen.
    • Vraag om een evaluatie na je laatste opdracht, zodat je de contactpersoon dwingt om na te denken over hoe goed de samenwerking eigenlijk bevalt.
    • Stel voor om met een strippenkaart te gaan werken omdat dit makkelijker is wanneer je meerdere opdrachten voor dezelfde klant doet.
    • Stuur af en toe eens een relatiegeschenk of nodig je contactpersonen uit voor een evenement om de relatie nog verder te verstevigen.

    En zo zijn er nog veel meer manieren om extra aandacht te besteden aan je bestaande klanten. Al die contactmomenten bij elkaar leveren uiteindelijk meer omzet op voor jou. Dus wees creatief!

  • Wat als SEO straks niet meer bestaat dankzij AI?

    Met mijn goede vriend en SEO-goeroe Roy Huiskes discussieer ik al maanden over AI. De mogelijkheden, de onmogelijkheden, de hype… en er komen steeds weer nieuwe inzichten bij die ons verder helpen. Eén van die inzichten is dat AI ervoor kan zorgen dat het vakgebied SEO straks helemaal niet meer bestaat. Wat zouden daarvan de gevolgen zijn voor ons werk? Hierbij mijn visie op dit toekomstperspectief.

    (foto: Tara Winstead via Pexels)

    R.I.P. SEO

    De kern van het artikel in Fortune is dat AI ervoor gaat zorgen dat je binnenkort geen zoekmachine meer nodig hebt zoals we die nu kennen. Nu moet je immers nog zelf een keuze maken uit de zoekresultaten (en advertenties) die je voorgeschoteld krijgt. AI verandert dat zoekproces, want je krijgt al meteen een kant-en-klaar antwoord voorgeschoteld.

    Dan heeft het dus ook geen zin meer om te proberen je content zo hoog mogelijk in de zoekresultaten te krijgen. Dat zou het einde betekenen van SEO als vakgebied, aldus de auteur.

    Maar is dat wel zo?

    Persoonlijk zie ik het helemaal niet zo somber in. Laat ik direct duidelijk zijn: van mij mag SEO verdwijnen als vakgebied, daar heb ik geen problemen mee. Net zoals ik er geen problemen mee heb om het vak nu al zo’n twintig jaar uit te oefenen. Waar het mij om gaat in mijn werk, is creativiteit. Binnen de grenzen van SEO moet je creatief zijn, maar dat geldt nog steeds als SEO niet meer bestaat als vakgebied. En dan bedoel ik dat zoekmachines zoals we die nu kennen niet meer gebruikt worden.

    Want mensen blijven altijd zoeken naar relevante en kwalitatief hoogwaardige informatie. Zeker als blijkt dat je de uitkomsten van AI nog altijd moet factchecken of dat je een antwoord krijgt waar je niet verder mee komt. Dan ga je op zoek naar andere manieren om de juiste content te vinden. En dáár zie ik kansen wanneer SEO niet meer bestaat. Het vak krijgt dan misschien een andere naam, maar het blijft nodig om creativiteit in te zetten om je merk/content onder de aandacht te brengen.

    And that’s what I like. 😊

    Het verschil zit hem in doelgroepdenken

    • Welke content maak je?
    • Wie is de doelgroep van die content?
    • Wat is de intentie van die doelgroep?
    • Via welke weg ga je deze content onder de aandacht brengen?

    Het zijn allemaal vragen die ook voor SEO relevant zijn, maar het verschil is dat je nu niet de vraag stelt ‘Hoe zou ik het beste kunnen ranken met deze content?’.

    Doelgroepdenken zal nog belangrijker worden dan nu al het geval is. En de Google Index is dan ineens geen doelgroep meer. Maar hoe ga je dan zorgen dat je bent waar je doelgroep is? Dat zal de grote uitdaging worden als AI ervoor zorgt dat SEO niet meer bestaat.

    Mogelijkheden om te onderzoeken

    Er zijn nog steeds meer dan genoeg mogelijkheden om aan je doelgroep te bewijzen dat je de juiste partij bent voor ze. Denk aan social media, nieuwsbrieven en externe platforms (blogs, vakmedia). Goede content komt alsnog wel bij de mensen die ernaar zoeken. Daar zijn zoekmachines niet per se voor nodig. Misschien beleven zelfs offline magazines, flyers en brochures wel een grote opleving!

    Of er ontstaat een nieuwe beweging waarbij er voor elke mogelijke niche influencers opstaan die via hun platforms de goede content gaan cureren over allerlei onderwerpen. Dan is het belangrijk dat je daar onder de aandacht komt als merk.

    Wat er ook gaat gebeuren, ons werk wordt in ieder geval een stuk creatiever als Google en Bing niet meer relevant zijn als zoekmachine. En dat vind ik helemaal niet erg.

  • Nuttig: oude content opfrissen

    Dit artikel uit 2011 over sitedoelen is nog steeds behoorlijk populair, zo vertelt Google Search Console me elke maand weer:

    Een fijne gedachte, maar dat legt er ook wel wat meer druk op dan op andere artikelen op mijn blog. Om die reden check ik af en toe eens wat ik nog zou kunnen doen om mijn populaire artikelen op te frissen. Dat is nou typisch zo’n advies dat ik mijn klanten regelmatig geef, maar waar ik dan zelf te weinig tijd aan besteed. Het lekkende dak van de loodgieter, je kent het wel.

    Concrete actie eraan verbinden

    Als ik ze nu zo teruglees, dan merk ik dat ik vooral veel aan het informeren was in mijn artikelen van 10 tot 15 jaar geleden. En eerlijk is eerlijk, dat doe ik ook anno 2023 nog steeds.

    Maar als je bedenkt dat er nog steeds veel animo is voor bepaalde artikelen, dan is het logisch dat ik daar call-to-actions aan toevoeg. Mensen willen er blijkbaar meer over weten en komen er zelf niet uit. Nou, dan denk ik toch lekker mee!

    Denk ook aan interne linkbuilding

    Een andere reden om nog eens terug te gaan door je oude artikelen, is om je interne linkbuilding te verbeteren. Zeker als je inmiddels over nog veel meer interessante onderwerpen geschreven hebt die je misschien al kort benoemde in oude artikelen.

    Dit is een methode die ik ook voor mijn klanten veel toepas. Je merkt gewoon dat het werkt, terwijl het relatief weinig moeite is. Dus: ploeg die bak met content door en check waar je onderlinge verbanden kunt leggen, zodat je bezoekers en Google nog blijer worden met je site.

  • Oké, je schrijft teksten. Maar wat doe je nog meer?

    Het lijkt wel alsof iedereen tegenwoordig teksten schrijft, inclusief computers. Daarom is vandaag de dag niet alleen belangrijk wat en hoe je schrijft, maar ook wat je daarnaast nog te bieden hebt aan je klanten. Ik licht drie aspecten uit van mijn dienstverlening naast pure copywriting.

    (foto: Anastasia Shuraeva via Pexels)

    Strategie

    Wie ben je als organisatie? Wat is je verhaal? Wie is je doelgroep? Welke doelgroep benader je op welke manier? Welke doelen wil je per doelgroep bereiken? Het is heel simpel om deze vragen te stellen. Maar het antwoord op de ene vraag heeft weer gevolgen voor het antwoord op de andere vraag. Daarom vind ik dit een van de leukste onderdelen van mijn vak.

    Eerlijk is eerlijk: je kunt me wel wat mooie, aansprekende teksten laten schrijven, maar dat is zinloos als je niet nagedacht hebt over je strategie. Om die reden kom ik al snel met de waaromvraag op de proppen. Zijn er strategische zaken waar je nog niet over nagedacht hebt? Dan doen we dat samen!

    SEO

    Al zo’n twintig jaar ben ik bezig met zoekmachineoptimalisatie. Destijds waren er nog amper tekstschrijvers die wisten wat SEO was. Inmiddels heeft iedereen de mond vol van SEO, maar de praktijkervaring blijft daar nog wel eens bij achter. Daar komen die twintig jaar in mijn geval altijd goed van pas. Daarmee laat ik zien dat ik ook op een strategisch SEO-niveau mee kan denken.

    Een contentstrategie maken wordt een stuk concreter en doelgerichter wanneer je al meteen SEO-keywords en doelgroep-strategie hierin meeneemt. Dat doe ik dan ook graag. Nee, ik regel niet de linkbuilding. Maar als het om interne links gaat, zie ik vrijwel altijd kansen.

    CMS

    Voor meerdere van mijn klanten ben ik niet alleen een tekstschrijver, maar ook iemand die toegang heeft tot het CMS om dingen op de site te plaatsen, verwijderen of aanpassen. Dat is een figuurlijke lifesaver voor veel bedrijven, want ze vinden het heerlijk dat ze een kort lijntje hebben om snel (spoed)zaken op de website te regelen. En ze hoeven niemand anders lastig te vallen met al die teksten die ik geschreven heb: die zet ik zelf wel online.

    Naast het simpele feit dat ik toegang heb tot het CMS en dus dingen kan plaatsen, leer ik hierdoor ook veel beter hoe de website in elkaar zit. Wat zijn de beperkingen die er zijn dankzij het gekozen CMS? Waar liggen nog kansen? Welke onderdelen van het CMS zijn creatief in te zetten zodat je er meer mee kunt dan je dacht? Daar denk ik graag over mee voor mijn klanten.

    Kortom: wees veelzijdig

    Als je meer kunt dan alleen teksten schrijven, heb je altijd extra meerwaarde voor je klanten. Je gaat kennismakingsgesprekken ook heel anders aan, omdat je op een ander niveau met elkaar kunt praten. Zorg dus dat je veelzijdig genoeg bent om de verwachtingen aan tafel te overtreffen.

  • Vertrouw op professionals, zoals zij op jou vertrouwen

    Betweters zijn irritant. Dat weet iedereen die ondernemer of zzp’er is, maar óók iedereen die vakkennis heeft en in loondienst werkt. Een klant die jou gaat vertellen hoe je je werk moet doen, is gewoon niet je favoriete soort klant. En dat is heel begrijpelijk.

    (Foto via Pexels door Lukas)

    Pas op met micromanagement

    Kun je je voorstellen dat je iemand die elke dag aan huizen bouwt vertelt hoe diegene de muur moet metselen voor je nieuwe woning? Het klinkt heel raar, maar toch gebeurt het aan de lopende band.

    En waarom? Omdat de betweter ook alleen maar het beste eindresultaat wil. Sterker nog: die weet exact hoe het moet worden, dus krijg je micromanagement richting de professional die het zo moet maken. Ook die kant van de medaille is dus heel begrijpelijk.

    Het gaat al mis vanaf het begin

    In deze blogpost heb ik al twee keer een zin geschreven die begint met het woord ‘en’. Daar krijg ik af en toe commentaar op van klanten. Die vinden we dan een waardeloze tekstschrijver, ‘want iedereen heeft op school geleerd dat je een zin niet met ‘en’ mag beginnen’.

    Terwijl op de site van Onze Taal heel duidelijk staat uitgelegd dat het gewoon mag. Maar ja, als ik mezelf al moet verdedigen door dit soort bewijs terug te sturen, dan is onze klantrelatie natuurlijk al enigszins beschadigd.

    De Taalunie geeft aan waar dit misverstand vandaan komt:

    Volgens een oude schoolregel mag een zin nooit beginnen met en. In de praktijk ligt dit genuanceerder.

    En die nuance gebruik ik graag als het past bij de doelgroep van mijn teksten. Vandaar dat ik het gewoon blijf doen.

    Laat een professional in diens waarde

    De tip die ik je mee wil geven, is: laat iedere professional gewoon diens werk doen. Vertrouw op kennis, ervaring en expertise. Zorg dat je briefing duidelijk genoeg is, dan hoef je niet te micromanagen. Op basis van je feedback kan het altijd nog achteraf aangepast worden. Zelfs als het om een gemetselde muur gaat.

  • Bureaus kunnen zichzelf niet goed in de markt zetten

    Hoe vaak zie je niet dat een bureau met een nieuwe huisstijl of zelfs een nieuwe naam komt? Veel vaker dan een gemiddeld bedrijf dat doet. En dat gaat in tegen alles wat ze hun klanten proberen te leren.

    Foto: Eva Bronzini via Pexels

    Nieuwe huisstijl? Weg herkenbaarheid

    Wanneer een bureau kiest voor een nieuwe huisstijl, gaat het meestal om iets compleet anders dan voorheen. Ontwerpers zijn immers helemaal klaar met het logo en de kleuren waar ze jaren tegenaan hebben gekeken, dus ze gaan lekker los.

    Terwijl ze aan tafel bij klanten vertellen over het nut van jarenlang consistent campagnevoeren met dezelfde herkenbare huisstijlkleuren, geven ze hiermee zelf niet echt het goede voorbeeld. Want je nieuwe uitingen zijn niet direct herkenbaar. Sterker nog, het zal waarschijnlijk nog wel een hele tijd duren voordat de nieuwe combinatie van naam, logo en huisstijlkleuren in de hoofden zit van je doelgroep.

    Mijn tip: wees je bewust van wat je hebt. Ook al is de huisstijl oud, hij heeft het bureau veel goeds gebracht. En als hij na een paar jaar ineens niet meer past bij je bedrijf, dan heb je eerder dus niet echt een toekomstbestendige huisstijl ontworpen…

    Nieuwe naam? Dan begin je opnieuw

    Een nieuwe naam is vaak de remedie als men een frisse start nodig vindt. Bijvoorbeeld omdat er nieuwe eigenaren zijn of omdat de oude naam associaties oproept uit het verleden. Maar een gemiddeld bedrijf wisselt niet zo vaak van naam. Te veel gedoe. Bureaus wel. Waarom eigenlijk?

    Er is namelijk ontzettend veel media-inzet, tijd en communicatiekracht nodig om je naamswijziging over te brengen:

    • Je moet al je bestaande klanten uitleggen dat je een nieuwe naam hebt;
    • Al je potentiële klanten die je al kennen moeten een andere naam op hun shortlist zetten;
    • Het heeft jaren nodig voor de doelgroep waar je geen intensief contact mee hebt om de switch helemaal te maken naar de nieuwe naam.

    En dan moet het laden van het nieuwe merk nog beginnen. Vanaf nul, want niemand weet nog wat je van plan bent en waarom je voor een andere naam kiest om dat voor elkaar te krijgen. Daarom zal het nog jaren duren voordat mensen niet meer zeggen ‘Die heetten eerst…’. Want door die oude naam te noemen weet je doelgroep wél ineens om wie het gaat.

    Het is net zoiets als een compleet nieuwe website lanceren zonder dat je een migratieplan hebt gemaakt, zodat alle oude links ineens niet meer werken. Je doelgroep moet dan opnieuw zijn weg zien te vinden. Niet echt gebruiksvriendelijk.

    Te veel denken vanuit design, te weinig vanuit de doelgroep

    Zou het dan toch komen doordat bureaus zó graag hun designskills willen bewijzen dat ze regelmatig van huisstijl (en soms ook naam) wisselen? Ik kan eigenlijk geen andere reden bedenken, want de voordelen van een rebranding wegen toch echt niet zomaar op tegen de nadelen.

    Eén ding is zeker: de doelgroep van bureaus vraagt in ieder geval niet om die nieuwe huisstijl of naam. Dus ze doen het echt alleen voor zichzelf en praten dat goed met een mooie uitleg over de achtergrond en betekenis van de rebranding.

    Nog een tip: als je dan toch zo nodig je huisstijl wilt aanpassen, laat het dan in ieder geval een restyling zijn en niet iets compleet nieuws. Als er nog wel een link is met de vorige huisstijl, dan gooi je niet alles weg wat je hebt opgebouwd aan herkenbaarheid in al die jaren.

  • Marketeers overschatten hun eigen invloed

    Goede producten/diensten en service leveren, dat is nog altijd de beste vorm van marketing. Ook al denken marketeers daar heel anders over.

    Kwestie van referentiekader?

    Of het nu gaat om consumentenproducten of om de B2B-markt: je vertrouwt nu eenmaal het meest op een aanbeveling van iemand die je kent en vertrouwt. Het is toch logisch dat je minder snel op een online advertentie of een social mediapost vertrouwt?

    Marketeers die aan het hierboven genoemde onderzoek meededen, dachten echter dat online advertenties en social media verreweg de belangrijkste kanalen waren om consumenten te bereiken.

    Zou dat komen omdat hun vak marketing is? Daardoor lijkt het misschien alsof marketingmiddelen altijd de ‘way to go’ zijn. Een beetje zoals een timmerman die altijd boren en timmeren als oplossing ziet, want dat is zijn referentiekader.

    Ruimte voor nuance

    Natuurlijk, er zijn heel veel voorbeelden te noemen van geniale marketingcampagnes die hebben geleid tot torenhoge winsten en marktaandelen. Ik ken ze, uit mijn opleiding en uit de jaren daarna. Maar ook daarvoor geldt nog steeds dat de afzenders goede producten/diensten en service moeten leveren. Dat is de enige manier om ook op langere termijn succesvol te zijn.

    Ik snap ook dat de onderzoeksvraag geformuleerd was rondom het kennismaken met nieuwe merken, producten of diensten. Maar ik vraag me wel af hoe de cijfers eruit zouden zien als het bijvoorbeeld uitgesplitst was naar het bedrag dat je er gemiddeld aan moet besteden.

    Want als het een low-interest product is met een lage prijs, dan probeert je doelgroep het veel makkelijker dan wanneer het gaat om een B2B-dienst waarvoor een flinke investering nodig is. Voor die laatste is ‘word of mouth’ misschien nog wel belangrijker dan nu al uit de cijfers blijkt. Er is dus zeker nog wel enige nuance aan te brengen in het onderzoek.

    De kracht van netwerken

    Of je nu actief bij een netwerkclub zit of je maakt gebruik van sociale netwerken die al bestaan: iedereen die behoefte heeft aan marketing zou hier rekening mee moeten houden. Hou kun je zo’n netwerk inzetten? Hoe zorg je dat de boodschap geloofwaardig verspreid wordt? Dát is de eigenlijke vraag waar marketeers zich mee bezig zouden moeten houden. De overige marketingmiddelen zijn in principe aanvullend op ‘word of mouth’.

  • Je verkoopt geen boren, je verkoopt gaten

    Afbeelding: Bidvine via Pexels

    Eigenlijk zou je de strekking van dit artikel al lang moeten kennen. Tenminste, als je in marketing of sales actief bent. Want het gaat allemaal om het begrijpen van de behoefte van je doelgroep.

    Vind de reden waarvoor de boor nodig is

    Ik weet niet eens wie er oorspronkelijk met deze wijsheid op de proppen kwam, maar het is natuurlijk 100% de waarheid. Niemand denkt bij zichzelf: ‘Ik heb voldoende schoenen en kleren, laat ik vandaag eens een boor kopen!’.

    Een boor is geen product waar een consument uit zichzelf in geïnteresseerd is (professionals die er elke dag mee werken wel, maar dat is een ander verhaal). De reden dat een consument op zoek gaat naar een boor is omdat er een reden voor is dat ergens gaten in geboord moeten worden. Bijvoorbeeld omdat er een boekenplank opgehangen moet worden of een schilderij. Het gemak om dát voor elkaar te krijgen, dat is wat je feitelijk verkoopt aan je doelgroep.

    Maar hoe verkoop je dat dan?

    Het is voor veel bedrijven heel vanzelfsprekend om te communiceren vanuit hun eigen innovatiedrang of trots. Je wilt toch dat iedereen weet dat je nu nóg veel meer toeren kunt maken met deze boormachine?

    Nee, dat wil je juist niet. Nobody cares.

    Vertel mensen liever wat het voordeel daarvan is. Bijvoorbeeld dat je door deze innovatie veel makkelijker door steen en hout boort, zodat je er tijdswinst mee behaalt. Of gooi het op het verminderen van frustratie, ook altijd een goede manier om aan te sluiten bij de belevingswereld van de doelgroep.

    Het gekke is dat het ineens een stuk makkelijker communiceert wanneer het over de batterijduur gaat van diezelfde boormachine. Want als je ‘Kan tot wel 6 uur boren’ in de advertentie zet, snapt ineens iedereen dat ze de accu niet zo vaak aan de lader hoeven te doen en het dus minder vertraging oplevert.

    ‘Ze snappen me!’

    En uiteindelijk komt het allemaal neer op hetzelfde psychologische principe: geef de klant het gevoel dat er eindelijk iemand is die hem of haar snapt. Die met ze meedenkt en hun problemen oplost. Als je dát voor elkaar hebt gekregen, heb je er niet alleen een klant bij, maar ook een ambassadeur. En die gaat je merk of product gratis aanbevelen aan anderen. Daar wil je dus best wat moeite voor doen, toch?

  • Cherry-picking in persberichten

    Afbeelding afkomstig uit persbericht

    We weten allemaal dat er in persberichten soms flink overdreven wordt. Dat verlaagt enerzijds de kans op plaatsing, want je verlaagt zo ook de geloofwaardigheid. Anderzijds vinden de media dramatische ophef-kopregels geweldig, want die werken. Let alleen wel op dat je niet jezelf verliest in je enthousiasme om je persbericht geplaatst te krijgen. Door alleen de dingen te benoemen die passen binnen je verhaal en de rest weg te laten, ben je gevaarlijk aan het cherry-picken.

    Laten we beginnen met een definitie

    Cherry-picking is een discussietactiek waarbij bewijzen, uitspraken of feiten selectief genoemd worden om een standpunt te verdedigen. Data en gegevens die dit standpunt mogelijk ontkrachten of nuanceren worden hierbij verzwegen.

    Dit gebeurt dus heel vaak in persberichten die eigenlijk een verkapte commerciële boodschap zijn. Logisch, want als je de zogenaamde importantie van je product of mening wilt aantonen, dan moet je soms een beetje creatief zijn met de data uit het onderzoek.

    Dingen suggereren schurkt aan tegen liegen

    Kijk hoe Indeed dat deed in het onderzoek waarbij ze werkgevers oproepen om open kaart te spelen over salaris om zo de loonkloof te dichten:

    Werkgevers bang om sollicitanten te verliezen
    Wat houdt werkgevers tegen om salarisinformatie te delen? Uit het onderzoek blijkt dat 46% van de werkgevers het salaris nog niet heeft bepaald op het moment van het posten van de vacature. Daarnaast toont het onderzoek aan dat 22% van de werkgevers geen salarisinformatie in vacatures zet omdat zij bang zijn dat de concurrent een hoger salaris aanbiedt. 15% vermeldt geen salarisinformatie in vacatures omdat zij denken dat openheid over salaris het aantal sollicitaties dat bij de organisatie binnenkomt verkleint.

    De kopregel is heel dramatisch, alsof er geen salaris wordt genoemd in vacatureteksten omdat werkgevers bang zijn om sollicitanten te verliezen aan de concurrentie. Terwijl in de alinea gewoon staat dat 46% van de werkgevers nog helemaal geen salaris bepaald heeft. Slechts 22% geeft aan bang te zijn. Het eigenlijke nieuwsfeit is dus: Werkgevers te lui om salaris te bepalen. Dat zou je ook best dramatisch kunnen maken dus. Maar feitelijk is het dus niet zo dat werkgevers geen open kaart wíllen spelen, zoals Indeed suggereert.

    Vergelijk het met de kopregels van de afgelopen verkiezingen:

    • 25% van de kiezers staat achter BBB

    Dat verkoopt uiteraard kranten en levert online kliks op. Maar uit die data blijkt ook iets anders:

    • 75% van de kiezers staat niet achter BBB

    Tja, met cherry-picking krijg je nu eenmaal mooiere persberichten en kopregels. Let alleen wel op dat je de waarheid niet met een korreltje zout gaat nemen. Dan ben je niet geloofwaardig meer en mislukt je poging om free publicity te krijgen.

  • Verrassing: je advertentie moet wel bij je merk passen

    Afbeelding afkomstig uit persbericht

    De open deur in kwestie

    In de reclamemarkt wordt gesproken over een creativiteitscrisis, waarbij het gebrek aan creativiteit ten koste gaat van het effect van een advertentie. Om na te gaan wat een creatieve advertentie succesvol maakt, deed DPG Media in samenwerking met VU Amsterdam en neuromarketingbureau Bloakes onderzoek naar de effectiviteit van creatieve advertenties. Hieruit blijkt dat een creatieve advertentie alleen effectief is als het merk en de boodschap niet te ver uit elkaar liggen. Wanneer een advertentie doorslaat in creativiteit is deze niet meer te begrijpen en verliest daarmee zijn kracht. Een creatieve advertentie is pas succesvol als de vier factoren creativiteit, merkkoppeling, ad liking en effectiviteit een goede balans vormen.

    Ja, zo werk ik inderdaad

    Al toen ik nog op het hbo zat, werd ons geleerd dat we onze creativiteit moesten kanaliseren in de richting van de merkwaarden en de belevingswereld van de doelgroep. We hebben het nu over de jaren tussen 1996 en 2000. Was het toen nog nooit officieel onderzocht, maar wist iedereen gewoon dat het zo was?

    Er wordt in het persbericht namelijk precies verwoord hoe ik al mijn hele werkzame leven werk:

    Roger Verdurmen, Strategy Director en Manager DPG Media Brandstudio over creatie in de praktijk: “Om maximaal effectief te zijn moet het creatieve idee gewoon ‘spot on’ op de te communiceren boodschap zitten en geen vergezocht bruggetje maken. Dat is niet eenvoudig, maar het kan wel en ook dat blijkt uit dit onderzoek”.

    Ter vergelijking, mijn regels voor een goede advertentie/social post/landingspagina:

    • Hij heeft stopkracht (óf door een creatieve invulling, óf door een onweerstaanbaar en relevant aanbod);
    • Hij past perfect bij de merkwaarden (of bij de richting die je als merk op wilt);
    • De doelgroep snapt hem (en voelt zich aangesproken);
    • Er is een duidelijke call-to-action (óf afzender, als het puur om naamsbekendheid gaat).